Alle locaties in Zuidoost Friesland
1081 t/m 1104 van 1138 resultaten
-
Skûtsje Gudsekop
Skûtsje Gudsekop Akkrum
-
Paulus Jakje
Paulus Jakje Jubbega
-
Smûk
Smûk Katlijk
-
Aaltje van de Laan
Aaltje van de Laan
Het is 1838 in het eerste huisje aan de laan in Katlijk. De grote gezinnen steunen op elkaar in de hechte gemeenschap, waar de straten worden vernoemd naar familieleden.
Aaltje: ‘Goedendag, kom erin, jullie komen vast en zeker een glaasje drinken op het heil van onze jongste zoon. Ik ben Aaltje en ben net moeder geworden van kleine Uilke, ons zevende kind. Ik heb nog twee meisjes en vier jongens. Kom binnen, kom binnen. Ik hoorde al van familie dat jullie langs de Weversbuurt zouden lopen op weg naar jullie familie bij de herberg.
Onze Martzen is al 13 jaar en zal een glaasje voor jullie inschenken. Haar broers en haar vader zijn niet thuis, want ze werken bij de boeren aan de Weversbuurt. Martzen kan mij goed helpen en dat is ook nodig, want haar oudere zuster heeft al een diensthuis bij een boer in Langezwaag.’
Martzen roept: ' Moeder, waar staan die glaasjes? ' Aaltje roept terug: ' Dat weet je toch wel, Martzen! In het zondagse kabinet! '
Aaltje vertelt verder: ' Hoe gaat het met jullie familie? Jullie hebben vast al een eind gelopen, kwamen jullie door de Yntzelaan? Ja, die namen hier, hè; mijn hele familie woont hier in de buurt. De laan hiernaast noemen ze sinds mijn vader overleed de Yntzelaan, omdat mijn vader Yntze heet. We hebben kortgeleden een groot verdriet gehad, want mijn zus Janke uit Mildam is net begraven. Haar jongste kinderen komen hier nu veel over de vloer en de gezinnen van mijn broers Meeuwes en Uilke uit Mildam vangen deze kinderen ook op. Het zijn hier toch allemaal Hoekstra’s en we zorgen ook voor elkaar in slechte tijden.'
Aaltje: ' Martje, schep maar vier glaasjes met boerenjongens in!’. Aaltje gaat verder: ' Mijn man Jeip pakt van alles aan. Hij is nu arbeider aan de Weversbuurt, maar hij weet ook hoe hij moet slachten. Hij wordt als slager vaker gevraagd en komt daarom ook wel in de buurdorpen. Ik ben altijd blij als hij weer een paar stukken vlees mee kan nemen voor ons grote gezin.’
Martzen vraagt: ' Kan ik nu weer naar buiten, moeder? We doen een balspel met de andere kinderen van de laan.’ Aaltje zegt: ' Ja Martzen, haal alleen nog even water uit de regenwaterbak. Ik vertel de mensen eerst even hoe het hier zit, want ik heb ze een lange tijd niet gezien.’ Katlijk
-
Natuurtuin ‘t Hummelhûs
Natuurtuin ‘t Hummelhûs Oudehorne
-
Watertorenhotel Nes - Kamer Turrem
Watertorenhotel Nes - Kamer Turrem Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Reade Wikel
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Reade Wikel Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
Veerpont Fietspont De Deelen (De Deelen)
Veerpont Fietspont De Deelen (De Deelen) Luinjeberd
-
Hoekstra Asperges
Hoekstra Asperges Katlijk
-
Schans Frieschepalen
Schans Frieschepalen Frieschepalen
-
Friesland Charter - Klipper Stella Frisia
Friesland Charter - Klipper Stella Frisia Akkrum
Direct boekbaar
-
Kabouterpad Nieuwehorne
Kabouterpad Nieuwehorne Nieuwehorne
-
Froukje en de vreemdeling bij de winkel
Froukje en de vreemdeling bij de winkel
Het is 1822 in Katlijk bij de kruising. In het dorp Katlijk aan de rand van de grote heidevelden, waar de horizon zich eindeloos leek uit te strekken, woonde Froukje Abeles Witsma alleen - met het uitzicht op de drie paden. Froukje was meestal te vinden aan de voorkant van haar huis.
Op een late septembermiddag zat Froukje op het bankje haar handen rustend op haar schoot. Zij verwachtte vandaag geen klanten, vandaag zou er alleen stilte zijn.
Toen zag ze hem, een man die vanuit het oosten kwam. Ze keek naar hem met een lichte huivering van ongemak. Hij was geen man uit Katlijk, dat wist ze meteen. Toen hij het pad op liep, voelde ze aan dat deze man invloed had. Ze stond op van het bankje voor haar winkelhuis. ‘Goedemiddag,’ zei de man in het Fries. Froukje knikte, haar lippen in een beleefde, maar dunne glimlach. De man liet snel zijn ogen over haar en de open winkeldeur gaan. ‘Ik zoek iemand’, zei hij. ‘Zijn naam is Sible. Sible, de zoon van de molenaar.’
Sible Wytsma, haar neef. Natuurlijk kende zij hem. Er waren verhalen over Sible. Het dorp was vol stiltes en verhalen, maar die van Sible waren anders. Ze hield de blik van de man vast, haar gezicht bleef onverstoorbaar. Ze zei: ‘Er is niemand met die naam die ik ken.’ De man zei: ‘Ik heb een boodschap voor hem, het is belangrijk.’ Froukje haar gedachten waren al aan het werk. Zij kende Sibles familie. De Wytsma’s waren hier geworteld, net als de andere families. ‘Ik ken hem niet,’ zei ze, haar stem koel en afstandelijk. ‘Er is niemand in Katlijk met die naam.’
De man kwam een stap naar voren naar de vrouw. Froukje bleef staan waar ze stond. Ze had het idee dat hij probeerde in haar te kijken om te zien of ze loog. ‘Ik zou hem graag vandaag nog vinden,’ zei de man. ‘Ik heb een lange weg afgelegd.’ Froukje zei nogmaals: ‘Er is hier niemand met die naam.’ Eén moment lang bewoog geen van beiden. De man trok zich uiteindelijk terug. ‘Dan ga ik maar weer,’ zei hij. Froukje keek hem na.
De stilte keerde terug, maar was nu een andere stilte, zwaarder en vol vragen. Froukje bleef kijken en liep een paar stappen in de richting van de vreemdeling, maar keerde - met twijfel - terug. Froukje zou het voorval niet laten rusten en Sible de volgende keer, als ze hem zou zien, vertellen over de vreemdeling. Mensen in Katlijk stelden zulke vragen niet. Ze leefden met stilte, met de dingen die onuitgesproken bleven, omdat dat de enige manier was om in een plaats als deze te wonen. Katlijk
-
Kiekenberg
Kiekenberg Oudehorne
-
Hervormde Kerk Jubbega-Schurega
Hervormde Kerk Jubbega-Schurega Jubbega
-
De Leijen - Bildreed - Uitkijktoren
De Leijen - Bildreed - Uitkijktoren Rottevalle
-
Margrete, de weefster van Klein Katlijk
Margrete, de weefster van Klein Katlijk
Katlijk, 1525. De oudtante van Margrete woonde in het vrouwenklooster. Naast het vele bidden, deed ze veel handwerk. Net als Margrete nu zelf ook deed.
Margrete prikte zich in de vingers van de spintol. Bloed! Oppassen, het moest vooral de lichte schapenwol niet besmetten. Terwijl ze de vinger onwillekeurig in de mond stopte, dacht ze na over het voorval dat haar oudtante Margrete van Nes had verteld aan grootmoeder.
Haar oudtante had gewoond in het vrouwenklooster van de Steenkerk bij Luinjeberd, als onderdeel van de grotere Duitse orde van Nes bij Akkrum. Tante was altijd trots geweest op haar status binnen de familie. Zij en de andere zusters baden voor het zielenheil van hun families. Dagelijks de zeven getijden zingen en heel veel bidden, maar ook kleine handwerkjes verrichten.
Zo had tante de leiding gekregen over de spinnerij en weverij. Er werd geweven voor de grotere Orde, maar er werd ook in opdracht geweven. Grootmoeder uit Katlijk deed ook verstelwerk voor de zusters. Er waren meer mensen uit Klein Katlijk die het vlas van hun akkers weefden en het aan de Steenkerk verkochten. De weefsels waren nodig voor de ziekenzaal en de slaapvertrekken.
Op een dag was de abt onverwacht langsgekomen bij de zusters. Gauw deden de zusters hun kapjes op en werden de omslagdoeken steviger omgeslagen. De abt kwam natuurlijk nooit alleen, altijd waren er jonge lekenbroeders bij. De zusters behoorden te gaan staan, wanneer de mannen de weverij binnenkwamen. Het werd erg ongemakkelijk - voor ieders ogen werd duidelijk, dat lekenzuster Renttie haar periode had en dat er bloedvlekken op haar schoot waren gekomen, maar vooral dat de zachte witte wol besmet werd.
Margrete werd daarvoor streng berispt door de abt en dat had haar naamgenote Margrete van Lyts Ketlik altijd goed onthouden. Voor haar een reden om zich bewust te zijn van de rol van vrouwen en elkaar te waarschuwen als er mannen in de buurt zijn en zich gedeisd te houden. katlijk
-
B&B het Oude Dorpscafé
B&B het Oude Dorpscafé Zorgvlied
-
Zeilschool Pean
Zeilschool Pean Akkrum - Nes
-
Ketliker Skar
Ketliker Skar Katlijk
-
Kerkje Hoornsterzwaag 1621
Kerkje Hoornsterzwaag 1621 Hoornsterzwaag
-
De Singel tweewielers
De Singel tweewielers Jubbega
-
De herberg bij de kruising
De herberg bij de kruising
De belangrijke rol van de dorpsherberg in de Middeleeuwen op een centraal punt in het dorp.
Op de hoek van de Klepelslag staat het mooie Witte huis. Oudere Katlijkers weten dat dit ooit een dorpscafé was, dichtbij de kruising van de Kerkelaan en de W.A. Nijenhuisweg. Vanaf de late middeleeuwen heeft hier een herberg gestaan. Zoals overal in Friesland was dit de herberg waar dorpszaken werden gedaan: contracten tekenen, overleggen over koop en verkoop van grond en percelen.
Deze herberg speelde tot diep in de 20ste eeuw een belangrijke sociale functie in het dorp. Katlijk
-
Plaggenhut (voormalig)
Plaggenhut (voormalig) Jubbega