Alle locaties in Zuidoost Friesland
1033 t/m 1056 van 1133 resultaten
-
Friesland Charter
Friesland Charter Akkrum
Direct boekbaar
-
Aanlegplaatsen Aldeboarn
Aanlegplaatsen Aldeboarn Aldeboarn
-
Prego Zeilzwerven
Prego Zeilzwerven Akkrum
-
Veerpont De Snoekcbaers (Sitebuorren)
Veerpont De Snoekcbaers (Sitebuorren) Grouw De Burd
-
Zeilschool Pean
Zeilschool Pean Akkrum - Nes
-
Watertorenhotel Nes - Kamer Aqua
Watertorenhotel Nes - Kamer Aqua Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
Natuurtuin 't Hummelhûs
Natuurtuin 't Hummelhûs
Oudehorne
-
Pean-buiten Akkrum - de Jister
Pean-buiten Akkrum - de Jister Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
Alde Feanen - Westersanning - Vogelkijkhut
Alde Feanen - Westersanning - Vogelkijkhut Oudega Gem Smallingerlnd
-
Natuurtuin ‘t Hummelhûs
Natuurtuin ‘t Hummelhûs Oudehorne
-
Recreatie Tolbrugschans - Grote Schans
Recreatie Tolbrugschans - Grote Schans Oudehorne
Direct boekbaar
-
De grafsteen van 1624
De grafsteen van 1624
De grafsteen van 1624. Achter de kerk in Katlijk vind je een grafsteen met daarop de namen van Cornelis, Tietsje, Rienk en Bruchtje Eiles. De grafsteen is te bezoeken tijdens de openingstijden van de kerk.
Het gebeurde in het jaar 1640. Brechtje en haar vader Eyle Eiles openden de kerkdeur in Katlijk. Eyle liep doelbewust naar de oostkant van de kerk. De ochtendzon voelde nog koud aan door de ramen van de kerk. Hij legde zijn hand op de oude steen waarop in harde letters stond te lezen:Den 1624 is in den heere almachtich ontslapen die eerbare ende godtfruchtige frouwe Thiet Eiledochter en Regenerus Cornelis. Nog is hier begraven Rienk en Bruchtje Eiles
‘Is dit het dan, vader?’ vroeg Brechtje. Haar stem galmde zachtjes door de lege kerk. ‘Ja, hier liggen ze. Je grootvader Cornelis, je grootmoeder Tietsje en je oom en tante.’ Brechtje boog zich voorover en streek over de letters. ‘Ik heb ze nooit gezien.’ ‘Nee,’ zei Eyle, ‘en ik ook bijna niet.’
Brechtje vroeg: ‘Hoe is dat mogelijk? Was je vader niet bij jou thuis?’ Eyle haalde zijn schouders op. ‘Hij was een geleerd man. Hij was meer met zijn boeken bezig dan met ons. Hij was vaak in Joure en later in Franeker. Daar was hij rector.’ ‘Wat is een rector?’ vroeg Brechtje, haar ogen wijd open van nieuwsgierigheid. Eyle: ‘Een soort meester, maar dan op de Latijnse school. Hij gaf les aan mensen die zelf meester wilden worden.’ Brechtje: ‘En waarom werden ze in de kerk begraven? Dat doet toch niet iedereen?’
Eyle vertelt: ‘Nee, alleen belangrijke mensen, of degenen die ervoor betaald hebben.’
Brechtje keek naar de steen. ‘Denk je dat jij hier ook begraven wordt?’
Eule antwoordt: ‘Ik weet het niet, meisje. Het zou kunnen. Maar ik denk niet dat het meer is zoals vroeger.’ Ze zweeg even. ‘Weet moeder meer over mijn grootouders?’ Eyle praat nu zachtjes en meer in zichzelf: ‘Jouw moeder …..je moeder spreekt niet graag over mijn vader en grootvader. Ik had toen geen warm thuis. Wij praten er niet veel over.’
Brechtje keek haar vader aan. ‘Ik wil meer weten. Meer dan jij me verteld hebt.’ Eyle knikte langzaam: ‘Dan moeten we zoeken in de boeken, in het dorp. Misschien in Franeker. Jouw grootvader en mijn vader hebben daar sporen achtergelaten. Je bent al net zo nieuwsgierig als hij.’ Brechtje glimlachte. ‘Misschien wil ik ook doorleren. Ik wil meer leren dan spinnen en brood bakken.’ Eyle lachte zachtjes. ‘Dan laat ik je zien waar hij is geweest. Misschien kom je dan meer over hem te weten dan ik ooit heb gedaan.’
Ze pakte zijn hand en daar stonden ze samen, vader en dochter, bij een steen vol vragen. Katlijk
-
Recreatie Tolbrugschans
Recreatie Tolbrugschans Oudehorne
Direct boekbaar
-
Het gevecht om de Tjonger brug in Mildam
Het gevecht om de Tjonger brug in Mildam
Ieder jaar op 15 april herdenken de Royal Canadian Dragoons op Leeuwarden Day de bevrijding van Leeuwarden en Friesland. En vrijwel elk jaar staat de regimentscommandant in zijn speech ook stil bij “the Battle of Mildam”. In dit nachtelijke gevecht om het behoud van de brug over de Tjonger slaagden de Canadezen erin een Duitse tegenstoot af te weren.
In de middag van 12 april waren er geruchten in Mildam doorgedrongen dat er Engelsen of misschien wel Canadezen bij Peperga waren gesignaleerd. De Canadese voorhoedes waren Friesland binnengetrokken. Voor de inwoners van Mildam was het toch nog een verrassing toen in eerste instantie één en kort daarna nog een militair voertuig met daarin enkele manschappen in kaki kleurige overalls bij de brug stopten.
Deze voertuigen maakten deel uit van een patrouille van D Squadron Royal Canadian Dragoons onder commando van Luitenant Homer Thomas. Deze Canadezen stelden vast dat de brug in Mildam over de Tjonger, in tegenstelling tot andere bruggen, nog niet door de bezetter was opgeblazen. Dat de Tjongerbrug in Mildam niet was vernietigd, was de verdienste van het plaatselijke verzet. De Duitsers waren wel degelijk van plan geweest om ook deze brug op te blazen. Maar verzetslieden hadden met gevaar voor eigen leven de ontstekers van de bevestigde explosieven verwijderd.
De commandant van het Squadron liet onmiddellijk alle eenheden aanrukken om de brug te beveiligen. En ook de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten werden verzocht om manschappen te leveren. De voorzorgsmaatregelen bleken terecht. In de nacht van 12 op 13 april openden Duitse troepen één van hun schaarse tegenaanvallen in de provincie Friesland. Vanuit Heerenveen wisten zij de Canadezen in Mildam te verrassen. Tot driemaal toe probeerden zij de brug opnieuw in handen te krijgen. In de felle gevechten werden Canadese voertuigen uitgeschakeld. Maar de Dragoons hielden stand en de Duitsers werden weer verjaagd. Mildam was bevrijd.
Bij de gevechten raakten vier Canadese militairen gewond. Hoeveel slachtoffers aan Duitse kant vielen is onbekend. In Mildam was er wel materiële schade, maar er vielen geen doden onder de burgers. Het heeft een haar gescheeld of er waren wel meerdere Nederlandse slachtoffers te betreuren geweest. In de vroege ochtend van 13 april naderde bij de brug in het schemer een groep met tientallen verzetsmensen vanuit de richting van Nieuweschoot. Dit was de versterking waar de Canadezen op 12 april om hadden gevraagd toen de intacte brug ontdekt was. De verzetslieden droegen deels buitgemaakte Duitse wapens en werden in het halfdonker pas laat opgemerkt door de Dragoons.
De eerder genoemde Luitenant Thomas had bijna het bevel gegeven om het vuur te openen. Pas op het laatste moment werd duidelijk dat het geen Duitsers waren. De verzetslieden hadden zich bekend weten te maken door Engelstalige liedjes te zingen.Het behoud van de brug was belangrijk. De Canadezen zouden in de dagen erna veel van de brug gebruik maken om verder in de richting van Leeuwarden op te rukken en de provincie Friesland te bevrijden.
Mildam
-
Molecaten Park Het Landschap
Molecaten Park Het Landschap Wateren
-
De Linde
De Linde
Spanga
-
Schans Frieschepalen
Schans Frieschepalen
Frieschepalen
-
De Leijen - Uitzichtpunt Malewei
De Leijen - Uitzichtpunt Malewei Eastermar
-
Sint Thomaskerk en klokkenstoel Katlijk
Sint Thomaskerk en klokkenstoel Katlijk Katlijk
-
Heide Hulstreed
Heide Hulstreed Jubbega
-
Schans Frieschepalen
Schans Frieschepalen Frieschepalen
-
Wytske Wisses en haar zoon
Wytske Wisses en haar zoon
Het is het jaartal 1686. Wytske Wisses is van plan met haar zoon Douwe naar hun pachter te lopen aan de Lijckweg in Katlijk. Ze lopen via de Kerkelaan langs het nieuwe Godshuis. Vooral Douwe wil daar wat blijven staan, omdat hij last van zijn voeten heeft gekregen.
Wytske vertelt: ‘Mijn naam is Wytske Wisses en jullie vinden mijn naam verbonden met mijn grondbezit in Katlijk samen met mijn zoon Douwe Piers. Ik ben hier niet geboren en ik woon hier ook niet. Ik neem jullie mee op mijn reis naar Katlijk met mijn zoon. Mijn zoon moet met mij onze kavels bekijken. Zijn vader zaliger was veenbaas en kocht de kavels voor hem, zodat hij van de pacht zou kunnen leven. Zijn stiefvader heeft het vaak over deze kavels, want die kunnen nog worden verveend, waardoor Douwe geld kan verdienen. Het is vrij moeilijk om in Katlijk te komen, omdat we met de praam via de vaart in De Knype en de Dorpsvaart naar Katlijk moeten varen. Het is daar namelijk nog een woestenij. Gelukkig hebben we een goede Katlijker boer die ons land bewerkt en ons pacht betaalt. Hij kan er vijf koeien en twee paarden op houden. Hij heeft net als ik stemrecht om de grietman van Schoterland en de dorpsrechter in Katlijk te kiezen. In Katlijk liggen de kavels van mijn zoon aan de oude Lijckweg. Mijn zoon is 16 jaar en zal nu moeten leren zich als een man te gedragen die zijn pachter te woord staat.’
Ondertussen lopen ze weer verder en kijken ze naar het kerkhof aan de andere kant van de heg. Wytske spoort haar zoon aan, terwijl ze vertelt: ‘Je vader ligt daar.’ Douwe vraagt dan: ‘Lijckweg, wat betekent die naam, mem; liggen daar lijken?’ Wytske: ‘Wel nee, die liggen daar niet.’ Douwe: ‘Maar waarom lopen we naar die Lijckweg? Ik hou niet van die naam, ik vind het een nare naam. Vader is immers ook dood.’ Wytske: ‘Nou ja.., je vader heeft hier niets mee te maken. Onze kavels liggen aan deze weg. Kom verman je zoon!’ Douwe: ‘Maar ik wil daar liever niet heen, kunnen we niet omlopen, mem?’ Wytske: ‘We gaan kijken bij onze kavels en jij gaat de pachter Ids Foppes vragen hoe het land en zijn familie ervoor staan. We willen het immers nog gaan vervenen en er veel turf van gaan verkopen.’
Ondertussen zijn ze aangekomen bij de tapperij op de hoek.
Douwe: ‘Kunnen we niet even bij de tapperij naar binnen, moeder; het is warm en ik heb dorst. Ik heb immers ook last van mijn voeten.’ Wytske: ‘We gaan absoluut niet naar binnen, daar schenken ze sterke drank. Ik heb genoeg gezien wat drank doet met de verveners in De Knype. Ze liggen soms meer dood dan levend naast de vaart. Jij gaat daar niet naar binnen. Wij zijn doopsgezinden en die gaan nooit een tapperij naar binnen.’ Douwe: ‘Maar moeder…’ Wytske: ‘Verman je zoon; je gaat je voorstellen aan Ids Foppes, want van hem ga je in de toekomst pacht krijgen. En ja, hij woont aan de Lijckweg.’ Douwe: ’Ik heb last van mijn tenen in die krappe schoenen, ik loop liever op mijn klompen. Kan ik niet op sokken verder, dan trek ik mijn schoenen straks wel weer aan.’ Wytske: ‘Ik waarschuw je zoon, je moet je nu gedragen als een volwassene, doorstappen en hou je schoenen aan.’
Ze zijn nu vlakbij het boerderijtje van de pachter en Douwe valt opgelucht in de berm van de Lijckweg. Hij trekt zijn schoenen en sokken uit en wrijft over zijn pijnlijke voeten. Deze houding bevalt Wytske allerminst, want zo gedraagt een eigenaar zich niet. De jongen zal nog veel moeten leren, verdorie. Hij moet nu eerst zijn schoenen weer aantrekken en zijn rug rechten.
De pachter komt al naar hen toe vanuit het land. Katlijk
-
De Koppenjan
De Koppenjan Jubbega
-
Watertorenhotel Nes
Watertorenhotel Nes Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar