Breng een bezoek aan Zuidoost Friesland
Wil je een dagje uit in het Noorden? Een weekendje weg of juist een hele vakantie doorbrengen op een mooie plek in Nederland? Kies dan voor Zuidoost Friesland: Het Andere Friesland.
Hieronder vind je een overzicht van alle evenementen. En een opsomming van alle bedrijven waar je kunt overnachten, eten of een activiteit kunt ondernemen.
“ Wat een prachtige omgeving en gastvrije Friezen! ”
Uit gastenboek 't Stee fan Anne P.
Bedrijven & overige locaties in Zuidoost Friesland
Het Andere Friesland biedt onverwacht leuke B&B's, campings, restaurantjes en boerderijwinkels. Daarnaast zijn er interessante musea, bezienswaardigheden en leuke activiteiten voor een dagje eropuit. Zoek hieronder jouw favoriete plekje in Zuidoost Friesland.
841 t/m 864 van 1368 resultaten
-
Voormalig klooster Sinaï
Voormalig klooster Sinaï Sigerswald
-
Visstek Appelscha
Visstek Appelscha Appelscha
-
Natuurbad De Wispel
Natuurbad De Wispel Tijnje
-
Oude postkantoor
Oude postkantoor Wolvega
-
Wytske Wisses en haar zoon
Wytske Wisses en haar zoon
Het is het jaartal 1686. Wytske Wisses is van plan met haar zoon Douwe naar hun pachter te lopen aan de Lijckweg in Katlijk. Ze lopen via de Kerkelaan langs het nieuwe Godshuis. Vooral Douwe wil daar wat blijven staan, omdat hij last van zijn voeten heeft gekregen.
Wytske vertelt: ‘Mijn naam is Wytske Wisses en jullie vinden mijn naam verbonden met mijn grondbezit in Katlijk samen met mijn zoon Douwe Piers. Ik ben hier niet geboren en ik woon hier ook niet. Ik neem jullie mee op mijn reis naar Katlijk met mijn zoon. Mijn zoon moet met mij onze kavels bekijken. Zijn vader zaliger was veenbaas en kocht de kavels voor hem, zodat hij van de pacht zou kunnen leven. Zijn stiefvader heeft het vaak over deze kavels, want die kunnen nog worden verveend, waardoor Douwe geld kan verdienen. Het is vrij moeilijk om in Katlijk te komen, omdat we met de praam via de vaart in De Knype en de Dorpsvaart naar Katlijk moeten varen. Het is daar namelijk nog een woestenij. Gelukkig hebben we een goede Katlijker boer die ons land bewerkt en ons pacht betaalt. Hij kan er vijf koeien en twee paarden op houden. Hij heeft net als ik stemrecht om de grietman van Schoterland en de dorpsrechter in Katlijk te kiezen. In Katlijk liggen de kavels van mijn zoon aan de oude Lijckweg. Mijn zoon is 16 jaar en zal nu moeten leren zich als een man te gedragen die zijn pachter te woord staat.’
Ondertussen lopen ze weer verder en kijken ze naar het kerkhof aan de andere kant van de heg. Wytske spoort haar zoon aan, terwijl ze vertelt: ‘Je vader ligt daar.’ Douwe vraagt dan: ‘Lijckweg, wat betekent die naam, mem; liggen daar lijken?’ Wytske: ‘Wel nee, die liggen daar niet.’ Douwe: ‘Maar waarom lopen we naar die Lijckweg? Ik hou niet van die naam, ik vind het een nare naam. Vader is immers ook dood.’ Wytske: ‘Nou ja.., je vader heeft hier niets mee te maken. Onze kavels liggen aan deze weg. Kom verman je zoon!’ Douwe: ‘Maar ik wil daar liever niet heen, kunnen we niet omlopen, mem?’ Wytske: ‘We gaan kijken bij onze kavels en jij gaat de pachter Ids Foppes vragen hoe het land en zijn familie ervoor staan. We willen het immers nog gaan vervenen en er veel turf van gaan verkopen.’
Ondertussen zijn ze aangekomen bij de tapperij op de hoek.
Douwe: ‘Kunnen we niet even bij de tapperij naar binnen, moeder; het is warm en ik heb dorst. Ik heb immers ook last van mijn voeten.’ Wytske: ‘We gaan absoluut niet naar binnen, daar schenken ze sterke drank. Ik heb genoeg gezien wat drank doet met de verveners in De Knype. Ze liggen soms meer dood dan levend naast de vaart. Jij gaat daar niet naar binnen. Wij zijn doopsgezinden en die gaan nooit een tapperij naar binnen.’ Douwe: ‘Maar moeder…’ Wytske: ‘Verman je zoon; je gaat je voorstellen aan Ids Foppes, want van hem ga je in de toekomst pacht krijgen. En ja, hij woont aan de Lijckweg.’ Douwe: ’Ik heb last van mijn tenen in die krappe schoenen, ik loop liever op mijn klompen. Kan ik niet op sokken verder, dan trek ik mijn schoenen straks wel weer aan.’ Wytske: ‘Ik waarschuw je zoon, je moet je nu gedragen als een volwassene, doorstappen en hou je schoenen aan.’
Ze zijn nu vlakbij het boerderijtje van de pachter en Douwe valt opgelucht in de berm van de Lijckweg. Hij trekt zijn schoenen en sokken uit en wrijft over zijn pijnlijke voeten. Deze houding bevalt Wytske allerminst, want zo gedraagt een eigenaar zich niet. De jongen zal nog veel moeten leren, verdorie. Hij moet nu eerst zijn schoenen weer aantrekken en zijn rug rechten.
De pachter komt al naar hen toe vanuit het land. Katlijk
-
TOP Bakkeveen
TOP Bakkeveen Bakkeveen
-
Steenwijkerweg 2
Steenwijkerweg 2 Wolvega
-
Gastenverblijf de Lindevallei - Chalet Artistique
Gastenverblijf de Lindevallei - Chalet Artistique Oldeberkoop
-
Schoolmeesterswoning, Anje Lok
Schoolmeesterswoning, Anje Lok Ravenswoud
-
Pannenkoekenschip de Klipper
Pannenkoekenschip de Klipper Heerenveen
-
Opeindervaart
Opeindervaart
Opeinde
-
Het vrouwtje van Stavoren | Beeldenroute Olterterp
Het vrouwtje van Stavoren | Beeldenroute Olterterp Olterterp
-
Vennetje
Vennetje
Oldelamer
-
Koudum - De Heanmar - Vogelkijkhut
Koudum - De Heanmar - Vogelkijkhut Koudum
-
Pean-buiten Akkrum - Waterlodges Swarm
Pean-buiten Akkrum - Waterlodges Swarm Nes (gemeente Heerenveen)
-
De heks van Katlijk
De heks van Katlijk
Het verhaal over de heks heeft meerdere bronnen en het is de vraag of ze allemaal waar zijn. Het begint met een paar kwajongens die zilver wilden stelen van oude Griet en door haar betrapt werden.
Stelen door kwajongens’ is van alle tijden, maar wat er daarna verteld wordt, is erg onwaarschijnlijk. De verteller zegt het gelezen te hebben in een geheim document in Tresoar over Katlijk. Laten we Griet zelf vragen wat er gebeurde.
Griet was als meisje naar het oude klooster van Schoten gebracht in Oudeschoot. De parochianen in de keuken hadden het meisje te eten gegeven en haar jarenlang van een slaapplaats voorzien bij het haardvuur. Ze hoorde daar dat er dagelijks missen werden opgevoerd voor het zielenheil van de overledenen en deze mysterieuze Gregoriaanse gezangen waren voor altijd in haar hoofd blijven rondzingen.
Griet vertelt: ‘Op de heide woon ik alleen, omdat het dorp mijn gezangen niet wil horen. Ik zing voor iedereen die in Katlijk is overleden en heb altaartjes gemaakt met kruiden en bloemen. Wie gaat anders voor hen zorgen? De mensen worden bij de nieuwe stenen kerk begraven, maar ik heb er geen vertrouwen in dat mensen alle dagen voor de doden de gezangen zingen.’
‘Ik leef vooral van mijn zandraapjes. Mensen weten niet hoe voedzaam ze zijn. Ik drink de melk van mijn geit. Jullie vragen me over die kwajongens die mijn zilver wilden stelen en weten niet waar ze zijn. Dat weet ik ook niet. Kijk naar de heide en het bos en jullie zien overal paden. Bij elk pad heb ik ‘tekens’ in de natuur gezet en het kan zijn dat de jongens daardoor verdwaalden. Misschien hoorden de jongens mijn gezang in de verte en lokte het hen naar de wereld van de overledenen. Maar misschien zijn ze gewoon uitgegleden in het sompige veengebied.’
Er werd in het dorp niet meer over Griet gesproken, maar de ouders van de jongens liet het niet los. Vele eeuwen later woonden de nazaten van deze families op de zandgrond in de nieuwe wijk De Akkers in Heerenveen. Laat daar nou het heidezand van Katlijk en van Griet haar betoverde tekens naar toe zijn gereden. Zo nu en dan horen deze families Gregoriaanse gezangen in hun kelders- en daar is niets aan te doen. Katlijk
-
Vogelkijkhut de Rottige Meente
Vogelkijkhut de Rottige Meente
Nijetrijne
-
Camping Drijfveer
Camping Drijfveer Akkrum
-
De Fochtel
De Fochtel
Fochterloo
-
Sudergemaal
Sudergemaal Nij Beets
-
Alde Feanen - Reid om 'e Krite - Vogelkijkhut
Alde Feanen - Reid om 'e Krite - Vogelkijkhut Garyp
-
Stichting Nobilis, centrum voor prentkunst
Stichting Nobilis, centrum voor prentkunst Fochteloo
-
Sondrio
Sondrio Drachten
-
De grafsteen van 1624
De grafsteen van 1624
De grafsteen van 1624. Achter de kerk in Katlijk vind je een grafsteen met daarop de namen van Cornelis, Tietsje, Rienk en Bruchtje Eiles. De grafsteen is te bezoeken tijdens de openingstijden van de kerk.
Het gebeurde in het jaar 1640. Brechtje en haar vader Eyle Eiles openden de kerkdeur in Katlijk. Eyle liep doelbewust naar de oostkant van de kerk. De ochtendzon voelde nog koud aan door de ramen van de kerk. Hij legde zijn hand op de oude steen waarop in harde letters stond te lezen:Den 1624 is in den heere almachtich ontslapen die eerbare ende godtfruchtige frouwe Thiet Eiledochter en Regenerus Cornelis. Nog is hier begraven Rienk en Bruchtje Eiles
‘Is dit het dan, vader?’ vroeg Brechtje. Haar stem galmde zachtjes door de lege kerk. ‘Ja, hier liggen ze. Je grootvader Cornelis, je grootmoeder Tietsje en je oom en tante.’ Brechtje boog zich voorover en streek over de letters. ‘Ik heb ze nooit gezien.’ ‘Nee,’ zei Eyle, ‘en ik ook bijna niet.’
Brechtje vroeg: ‘Hoe is dat mogelijk? Was je vader niet bij jou thuis?’ Eyle haalde zijn schouders op. ‘Hij was een geleerd man. Hij was meer met zijn boeken bezig dan met ons. Hij was vaak in Joure en later in Franeker. Daar was hij rector.’ ‘Wat is een rector?’ vroeg Brechtje, haar ogen wijd open van nieuwsgierigheid. Eyle: ‘Een soort meester, maar dan op de Latijnse school. Hij gaf les aan mensen die zelf meester wilden worden.’ Brechtje: ‘En waarom werden ze in de kerk begraven? Dat doet toch niet iedereen?’
Eyle vertelt: ‘Nee, alleen belangrijke mensen, of degenen die ervoor betaald hebben.’
Brechtje keek naar de steen. ‘Denk je dat jij hier ook begraven wordt?’
Eule antwoordt: ‘Ik weet het niet, meisje. Het zou kunnen. Maar ik denk niet dat het meer is zoals vroeger.’ Ze zweeg even. ‘Weet moeder meer over mijn grootouders?’ Eyle praat nu zachtjes en meer in zichzelf: ‘Jouw moeder …..je moeder spreekt niet graag over mijn vader en grootvader. Ik had toen geen warm thuis. Wij praten er niet veel over.’
Brechtje keek haar vader aan. ‘Ik wil meer weten. Meer dan jij me verteld hebt.’ Eyle knikte langzaam: ‘Dan moeten we zoeken in de boeken, in het dorp. Misschien in Franeker. Jouw grootvader en mijn vader hebben daar sporen achtergelaten. Je bent al net zo nieuwsgierig als hij.’ Brechtje glimlachte. ‘Misschien wil ik ook doorleren. Ik wil meer leren dan spinnen en brood bakken.’ Eyle lachte zachtjes. ‘Dan laat ik je zien waar hij is geweest. Misschien kom je dan meer over hem te weten dan ik ooit heb gedaan.’
Ze pakte zijn hand en daar stonden ze samen, vader en dochter, bij een steen vol vragen. Katlijk