Breng een bezoek aan Zuidoost Friesland
Wil je een dagje uit in het Noorden? Een weekendje weg of juist een hele vakantie doorbrengen op een mooie plek in Nederland? Kies dan voor Zuidoost Friesland: Het Andere Friesland.
Hieronder vind je een overzicht van alle evenementen. En een opsomming van alle bedrijven waar je kunt overnachten, eten of een activiteit kunt ondernemen.
“ Wat een prachtige omgeving en gastvrije Friezen! ”
Uit gastenboek 't Stee fan Anne P.
Bedrijven & overige locaties in Zuidoost Friesland
Het Andere Friesland biedt onverwacht leuke B&B's, campings, restaurantjes en boerderijwinkels. Daarnaast zijn er interessante musea, bezienswaardigheden en leuke activiteiten voor een dagje eropuit. Zoek hieronder jouw favoriete plekje in Zuidoost Friesland.
457 t/m 480 van 1362 resultaten
-
Gea's Appeltaart
Gea's Appeltaart Appelscha
-
Mardiek, De Pôlle
Mardiek, De Pôlle Fochteloo
-
Hein Mader sculpturen
Hein Mader sculpturen Appelscha
-
Harlingen (Harns)
Harlingen (Harns) Harlingen
-
Hawar
Hawar Oldeberkoop
-
Stuttebosch
Stuttebosch Oldeberkoop
-
Natuurhuisje De BoppeTike
Natuurhuisje De BoppeTike De Tike
-
Gorredijk (De Gordyk)
Gorredijk (De Gordyk) Gorredijk
-
Café Hulst
Café Hulst
In deze nog nauwelijks herkenbare boerderij uit 1881 werd het vroegere “café Wed. R. Zwart” gerund. In 1921 aanmerkelijk verbouwd tot café-restaurant door de toenmalige nazaat en uitbater, Jan Zwart. Het etablissement heette toen Café Zwart. Deze uitspanning is vooral ook bekend door de stakingsbijeenkomsten eind 19e eeuw.
Janke van Vondel, oud 64 jaar, arbeidster uit Appelscha, is de enige vrouw die in de parlementaire enquête over de veenderijen – zowel in Fryslân, Groningen als Drenthe – aan het woord komt. Zelf werkt ze niet meer in het veen, dat kan ze niet meer. Maar tot haar zestigste heeft ze dat altijd gedaan. Ze geeft de commissie onomwonden haar mening. “Waar is de plaats der vrouw? Thuis! Dan kregen de kinderen betere opvoeding en beter onderwijs. Nu eens verbrandt er een kind, dan weder verdrinkt er een. Dat kan voorkomen worden.” Een dergelijk citaat geeft reeds aan hoe erbarmelijk de omstandigheden waren waaronder destijds mannen, vrouwen en kinderen in de Ooststellingwerver venen hun werk moesten verrichten. Het ging om lange werkdagen, zwaar werk en slechte verdiensten, waarbij de lonen niet vooraf waren vastgelegd. De arbeiders wisten niet precies wat ze het komend veenseizoen zouden verdienen en legden zich er bijvoorbeeld knarsetandend bij neer dat turven per stok werden gerekend, zonder te weten wat deze maat officieel inhield.
Ook de vakbondsredevoeringen van Pieter Jelles Troelstra in Café Zwart zijn legendarisch. En ook diens bemoeienis met de broodstaker Bruinsma is een bekend gebeuren. Troelstra zou in 1893 met de Appelschaster veenarbeiders te maken krijgen, toen hij Bruin Tjibbes Bruinsma voor de rechtbank verdedigde. Deze was voor zijn optreden bij de stakingen van 1888 uit zijn huis gezet, zou de eerstvolgende jaren in zijn eigen dorp geen werk meer vinden en moest eerst in de Drentse venen en daarna in Duitsland zijn brood verdienen. Voor zijn interventie bij de armmeesters – hij zou de armvoogd hebben gedwongen brood te geven en een veldwachter met de dood hebben bedreigd – kreeg hij 15 maanden cel, de briljante verdediging van Troelstra ten spijt. Het gevolg was wel, dat progressieve liberalen zich gingen bemoeien met de armoede in Friesland en de vervolging van socialisten en arbeiders- en stakingsleiders. Ook hier: resultaat op langere termijn. Appelscha
-
Vakantiehuis De Dikke Kei
Vakantiehuis De Dikke Kei Boijl
-
Museum It Tsiispakhûs
Museum It Tsiispakhûs Wommels
-
Bungalowpark De Kloosterhof
Bungalowpark De Kloosterhof Appelscha
-
Woonark Friesland
Woonark Friesland Oudega
-
Froukje en de vreemdeling bij de winkel
Froukje en de vreemdeling bij de winkel
Het is 1822 in Katlijk bij de kruising. In het dorp Katlijk aan de rand van de grote heidevelden, waar de horizon zich eindeloos leek uit te strekken, woonde Froukje Abeles Witsma alleen - met het uitzicht op de drie paden. Froukje was meestal te vinden aan de voorkant van haar huis.
Op een late septembermiddag zat Froukje op het bankje haar handen rustend op haar schoot. Zij verwachtte vandaag geen klanten, vandaag zou er alleen stilte zijn.
Toen zag ze hem, een man die vanuit het oosten kwam. Ze keek naar hem met een lichte huivering van ongemak. Hij was geen man uit Katlijk, dat wist ze meteen. Toen hij het pad op liep, voelde ze aan dat deze man invloed had. Ze stond op van het bankje voor haar winkelhuis. ‘Goedemiddag,’ zei de man in het Fries. Froukje knikte, haar lippen in een beleefde, maar dunne glimlach. De man liet snel zijn ogen over haar en de open winkeldeur gaan. ‘Ik zoek iemand’, zei hij. ‘Zijn naam is Sible. Sible, de zoon van de molenaar.’
Sible Wytsma, haar neef. Natuurlijk kende zij hem. Er waren verhalen over Sible. Het dorp was vol stiltes en verhalen, maar die van Sible waren anders. Ze hield de blik van de man vast, haar gezicht bleef onverstoorbaar. Ze zei: ‘Er is niemand met die naam die ik ken.’ De man zei: ‘Ik heb een boodschap voor hem, het is belangrijk.’ Froukje haar gedachten waren al aan het werk. Zij kende Sibles familie. De Wytsma’s waren hier geworteld, net als de andere families. ‘Ik ken hem niet,’ zei ze, haar stem koel en afstandelijk. ‘Er is niemand in Katlijk met die naam.’
De man kwam een stap naar voren naar de vrouw. Froukje bleef staan waar ze stond. Ze had het idee dat hij probeerde in haar te kijken om te zien of ze loog. ‘Ik zou hem graag vandaag nog vinden,’ zei de man. ‘Ik heb een lange weg afgelegd.’ Froukje zei nogmaals: ‘Er is hier niemand met die naam.’ Eén moment lang bewoog geen van beiden. De man trok zich uiteindelijk terug. ‘Dan ga ik maar weer,’ zei hij. Froukje keek hem na.
De stilte keerde terug, maar was nu een andere stilte, zwaarder en vol vragen. Froukje bleef kijken en liep een paar stappen in de richting van de vreemdeling, maar keerde - met twijfel - terug. Froukje zou het voorval niet laten rusten en Sible de volgende keer, als ze hem zou zien, vertellen over de vreemdeling. Mensen in Katlijk stelden zulke vragen niet. Ze leefden met stilte, met de dingen die onuitgesproken bleven, omdat dat de enige manier was om in een plaats als deze te wonen. Katlijk
-
Cafe Restaurant De Riperkrite
Cafe Restaurant De Riperkrite Tijnje
-
Camperplaats it Wâldhoekje
Camperplaats it Wâldhoekje Drachtstercompagnie
-
Natuurlijk De Veenhoop - de Grytman
Natuurlijk De Veenhoop - de Grytman de Veenhoop
Direct boekbaar
-
Werkschuur Staatsbosbeheer
Werkschuur Staatsbosbeheer Appelscha
-
Bij De Compagnons
Bij De Compagnons Waskemeer
-
De Filosoof
De Filosoof Fochteloo
-
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Reidhintsje
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Reidhintsje Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
De Tjonger
De Tjonger Delstrahuizen
-
De laatste schooldag van meester Willem
De laatste schooldag van meester Willem
De laatste schooldag is aangebroken voor meester Willem op een koude winterdag in Katlijk, waar hij jaar na jaar les heeft gegeven. Zesendertig winters lang.
De ochtendmist hing nog laag over de weilanden toen Willem Jacobs het houten luik van het schoolraam openzette. De geur van vochtige turf van de turfbult naast de school trok naar binnen. In het kleine lokaal stonden de houten banken scheef; de houten vloer kraakte onder zijn voeten. Hij zette zijn schrijfkist op tafel, blies leven in het smeulende vuur en legde er drie turven bij — één voor de ochtend, één voor de middag en één voor de lange winteravond, als de oudste leerlingen bleven schrijven bij het schaarse licht.
Buiten klonk het klepperen van klompen op het pad. Eerst kwamen de jongens van Grut Ketlik, daarna die van Lyts Ketlik, over het schoolpad vanaf de Dorpshaven. Ze legden hun leien op tafel en staken hun handen bij het vuur. Willem liet hen de psalm van de week opzeggen, schreef met vaste hand op het bord: God, amen, lam, Heer, God, amen, en hoorde hun aarzelende stemmen de woorden nazeggen als een koor van wintervogels.
Na de middagpauze stapte zijn oude vriend, de dorpsrechter, binnen, zijn hoed nog vochtig van de dauw. Hij bracht bericht vanuit het Grieternijhuis De Drie Pilaren in Oudeschoot: de grietman had de nieuwe schoolordening goedgekeurd. Willem knikte zwijgend. Hij wist wat dat betekende — zijn tijd zat erop. Zesendertig winters had hij hier lesgegeven, in dit lage vertrek met de geur van turf en krijt, de wind langs het kerkepad, het geluid van kinderen dat door de seizoenen heen nauwelijks veranderde. Van de grietman had hij toestemming gekregen om de rest van zijn leven in een klein huisje bij de dorpsschuur te wonen.
Toen de laatste leerlingen naar huis waren, bleef hij alleen achter. Op het raam lag een dun laagje rijp; in de haard gloeide nog één turf. Hij boog zich voorover, trok met zijn vinger de letters W.J. in het met vocht beslagen raam, en keek door het kleine venster naar de kerk, waar de avondzon op het oude dak viel.
‘Dat zal het dan zijn,’ fluisterde hij. Daarna doofde hij het vuur, sloot de deur — langzaam, alsof hij een boek dichtdeed — en liet de stilte in het oude schooltje achter. Katlijk
-
Een skûtsjenoodbrug voor de Canadezen
Een skûtsjenoodbrug voor de Canadezen
De Duitse troepen bliezen de brug bij de Burgumerdaam op. In de nacht van 14 op 15 april 1945 werd een tijdelijke noodbrug aangelegd. Dankzij deze brug konden Canadese soldaten de overkant bereiken en Burgum bevrijden.
Op zaterdag 14 april 1945 hoorde de zeventienjarige Jaap Boskma een zware explosie vanuit de richting van Garyp. Jaren later vertelde hij dat het om de Foanejachtbrug ging. Niet veel later zag hij in Burgum iets vergelijkbaars gebeuren: een Duitse soldaat was bezig met een groot explosief. Vanuit de Burgumerdaam werd een draad uitgerold naar een steeg tegenover zijn woning. De brug werd een stukje geopend en vervolgens tot ontploffing gebracht.
Met deze actie probeerden de terugtrekkende Duitse troepen de oversteek over de Kromme Ee onmogelijk te maken en zo de opmars van de Canadese bevrijders richting Leeuwarden te vertragen. Dat plan bleek echter maar van korte duur. Nog diezelfde middag kreeg de familie Boskma bezoek van iemand uit het verzet, met het verzoek om hun schip, De Verandering, de volgende ochtend vroeg aan de oostkant van de vernielde brug te leggen.
Uiteindelijk werden zeven schepen naast elkaar gelegd om een doorgang te vormen over het water. Onder deze vaartuigen bevonden zich onder andere schoeners, een tjalk en een klipper. Rond tien uur in de ochtend wist een deel van de Royal Canadian Dragoons met voertuigen al de overkant te bereiken. De tijdelijke constructie raakte daardoor wel beschadigd, waardoor de rest moest uitwijken.
Volgens Boskma moest er snel opnieuw worden begonnen om het militaire verkeer doorgang te laten houden. Omdat de Duitse troepen inmiddels waren vertrokken, slaagde men erin om nog diezelfde dag een nieuwe noodbrug aan te leggen. Daarna viel iedereen uitgeput in slaap. Burgum was bevrijd, mede dankzij de inzet van de schepen, waaronder drie uit het dorp zelf die nog altijd bestaan.
Het verhaal is bewaard gebleven en wordt ondersteund door het streekmuseum en de volkssterrenwacht in Burgum. Vrijwilligers organiseren daar onder meer wandelingen waarin deze geschiedenis van de noodbrug wordt verteld.
Sumar