Breng een bezoek aan Zuidoost Friesland
Wil je een dagje uit in het Noorden? Een weekendje weg of juist een hele vakantie doorbrengen op een mooie plek in Nederland? Kies dan voor Zuidoost Friesland: Het Andere Friesland.
Hieronder vind je een overzicht van alle evenementen. En een opsomming van alle bedrijven waar je kunt overnachten, eten of een activiteit kunt ondernemen.
“ Wat een prachtige omgeving en gastvrije Friezen! ”
Uit gastenboek 't Stee fan Anne P.
Bedrijven & overige locaties in Zuidoost Friesland
Het Andere Friesland biedt onverwacht leuke B&B's, campings, restaurantjes en boerderijwinkels. Daarnaast zijn er interessante musea, bezienswaardigheden en leuke activiteiten voor een dagje eropuit. Zoek hieronder jouw favoriete plekje in Zuidoost Friesland.
265 t/m 288 van 1343 resultaten
-
Kunstwerk De Stijl Raadhuisplein
Kunstwerk De Stijl Raadhuisplein Drachten
-
Het Wijnjeterperschar
Het Wijnjeterperschar Wijnjeterpverlaat
-
Heerenveen (It Hearrefean)
Heerenveen (It Hearrefean) Heerenveen
-
Vlechttheater Noordwolde
Vlechttheater Noordwolde Noordwolde
-
Kerk & Kroeg van Langezwaag
Kerk & Kroeg van Langezwaag
Langezwaag
-
Veerpont Rufus (Blokslootpolder)
Veerpont Rufus (Blokslootpolder) Broek
-
Streek De Lege Geaen (De Lage Landen)
Streek De Lege Geaen (De Lage Landen) Sibrandabuorren
-
Oosterwolde (Easterwâlde)
Oosterwolde (Easterwâlde) Oosterwolde
-
Level XL
Level XL Drachten
-
Diakonievene
Diakonievene Nijeberkoop
-
B&B op de Sing-Sang
B&B op de Sing-Sang Jonkerslân
-
Noard-Fryslân Bûtendyks - Uitkijkplateau
Noard-Fryslân Bûtendyks - Uitkijkplateau Hallum
-
Executie van tien Nederlandse collaborateurs bij Oldeberkoop
Executie van tien Nederlandse collaborateurs bij Oldeberkoop
In de middag van 12 april werd Oldeberkoop bevrijd door het “D” Squadron van de Royal Canadian Dragoons. Later op de dag werd er in het dorp door hen een tijdelijk hoofdkwartier gevestigd. Vanuit het hoofdkwartier werden de bewegingen van het “D” squadron gecoördineerd. Het was ook de plek waar krijgsgevangenen uit de directe omgeving verzameld werden.
Deze krijgsgevangenen waren vaak Duitsers, maar soms ook Nederlanders die vrijwillig bij de Waffen-SS, het NSKK of bij de Nederlandse Landwacht dienden. Op deze 12e april werden tien van deze collaborateurs onder grote belangstelling het kampement in Oldeberkoop binnengebracht. De haat tegen mensen die met of voor de Duitsers vochten was groot onder het merendeel van de Nederlandse bevolking. Een inwoner van Oldeberkoop beschreef het moment dat de mannen werd binnengebracht: “Het publiek joelde en fluitte, sommigen spuwden en enkelen konden hun handen niet van hen afhouden. Eén ervan kreeg een klap tegen zijn hoofd, dat hij zat te suizebollen.”
Niet veel later werden deze krijgsgevangenen weer weggevoerd. Vermoedelijk met als doel om ze naar een echt gevangenkamp in Vledder te brengen. Maar daar zouden de mannen nooit aankomen. Zij werden alle tien in het Koepelbos net buiten Oldeberkoop zonder enige vorm van proces doodgeschoten.
Lang werd gedacht dat de Canadezen verantwoordelijk waren voor deze onrechtmatige executies. Maar in 1995 werd duidelijk dat de Canadese betrokkenheid minimaal was. Verhalen over betrokkenheid van twee voormalige verzetslieden werden bevestigd toen één van hen bekende de schoten te hebben gelost. Naast hijzelf waren een collega, een Canadese chauffeur en enkele mannen die de graven hadden gedolven bij de executie aanwezig.
Wat precies de directe aanleiding was voor het vermoorden van de Nederlandse collaborateurs en wat de precieze rol was van de twee Nederlanders en de Canadees is nooit helemaal opgehelderd. Er bestaan verschillende lezingen van de gebeurtenissen die aan de schietpartij voorafgingen. De lijken werden uiteindelijk op 14 april in een massagraf aan de rand van de weg begraven. Later zijn deze overgebracht naar de Duitse oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn. Toen zijn ook de namen van de meeste slachtoffers bekend geworden:
Egbert Jan Hommes, Ordnungspolizei
0tto Frikken, Ordnungspolizei
Gerrit Jan Seevinck, Nederlandse Landwacht
Hendrik Dales, Nederlandse Landwacht
Heike Ham, Nederlandse Landwacht
Douwe Jonkman, Nederlandse Landwacht
Bernard Janssen, Nederlandse Landwacht
Arnold Pieter Post, Nederlandse Landwacht
Van twee mannen van de Nederlandse Landwacht kon de identiteit nog niet worden achterhaald.
Oldeberkoop
-
SUP AWAY Heerenveen
SUP AWAY Heerenveen Heerenveen
-
Hendrik Anskes en de musketten
Hendrik Anskes en de musketten
Het was in het rampjaar 1672. In de frisse meimorgen had Hendrik Anskes, een jonge boer aan de westrand van Katlijk, besloten om de slootkanten van zijn zuidelijkste veld bij de Tjonger te maaien.
Gisteren had hij het ruige hooiland al gesleept met zijn paard. Vandaag wilde hij de kanten nog maaien. Terwijl hij in gedachten maaide, stootte hij op iets hards. De doffe dreun trilde door tot het houten handvat. Hendrik fronste, keek naar de grond en knielde neer. Hij veegde de aarde weg en staarde naar de glinstering van metaal—nieuw metaal, glanzend en koud. Zijn vingers gleden langs de lengte van een musketloop, onlangs begraven, het hout nog glad en ongeschonden door de tijd. Toen hij verder groef, vond hij meer—drie, vier musketten; hun ijzeren lopen in een rij onder de grond, samen met lange pieken die ernaast lagen.
Dit waren geen overblijfselen van oude oorlogen. Ze waren niet oud, hier nog niet lang geleden verstopt. Zijn hartslag versnelde. Waarom zou iemand nieuwe wapens begraven, zo dicht bij zijn boerderij? Voor wie waren ze bedoeld? Het Friese platteland had zijn deel aan onrust gekend, maar dit was anders. Een geheim.
Hendrik keek naar de Tjonger, waarvan het water traag richting de horizon stroomde. Hij was een boer, geen soldaat en had geen zin in dit soort mysteries. Hij dacht aan Jan, zijn oudere broer en dorpsrechter; de man die zou weten wat te doen. Net vandaag had zijn broer een afspraak met de grietman van Schoterland. De afgelopen weken had hij zich alleen kunnen concentreren op de dood van zijn vrouw en hij had weinig aandacht besteed aan de geruchten over een veldslag op de heide verderop. De ontdekking van de wapens voelde als een extra last in een tijd van verdriet. ‘Morgen’, zei hij tegen zichzelf. Morgen zou hij het melden. Voor nu moesten de wapens verborgen blijven.
Snel verzamelde hij de musketten en liep naar de oever van de rivier, waar de grond zachter en losser was. Knielend groef hij een ondiep gat in de bedding van de rivier. Terwijl hij werkte, droeg de wind fluisteringen van verre onrust, maar Hendrik hield zijn gedachten gefocust op de taak. De wapens werden opnieuw begraven, verborgen tussen de geknoopte rietstengels. Hij drukte de aarde aan, wetende dat ze daar zouden blijven totdat hij besloot het iemand te vertellen.
Het dorp Katlijk zou zich Hendrik Anskes niet herinneren, maar het waren oude wapens en wat paardenskeletten—lang geleden begraven in de losse grond bij de Tjonger—die de sleutel vormden tot een mysterie dat misschien nooit opgelost zou worden. Katlijk -
Wandelsportvereniging De Blaren
Wandelsportvereniging De Blaren Noordwolde
-
Hotel Appelscha
Hotel Appelscha Appelscha
-
Alde Feanen - Westersanning - Vogelkijkhut
Alde Feanen - Westersanning - Vogelkijkhut Oudega Gem Smallingerlnd
-
Klokkenstoel Langedijke
Klokkenstoel Langedijke Langedijke
-
Ryptsjerksterpolder - Uitzichtplateau
Ryptsjerksterpolder - Uitzichtplateau Ryptsjerk
-
Gedicht: As it iis brekt | Albertina Soepboer
Gedicht: As it iis brekt | Albertina Soepboer
AS IT IIS BREKT
as it iis brekt
safolle en ik wit it net mear, mar skerpe redens ride my tebek, tebek
skuorren yn de tsjustere iisbaan fan myn doetiid: it read op de muorre
do hiest neitocht oer hoe’t wy ferdele koenen, de wrâld in better plak
april kaam rûzich, de hynsteblommen waarden dwylsinnich
myn fingerseinen op dyn hûd
in pear nachten waard ik
dy stjer op sterk iis
gjin man gjin frou mar fierder
en ja, hillich skreaust
hjoed lis ik myn hert del tusken stof en tiid
ik sjoch hoe’t fjoer en woastenij op ‘t heden oeral wenje
dat de wite mannen op it plein alle dagen oarlochje boartsje
dat bern dêr de revolúsje ferklearre hawwe oan har eigen tiid
en myn triennen net mear ophâlde kinne
ferdomme, ik tink oan dyn hannen
as it iis brekt Beetsterzwaag
-
Klokkenstoel Sonnega
Klokkenstoel Sonnega Sonnega
-
Harinxmastate
Harinxmastate Beetsterzwaag
-
Wytske Wisses en haar zoon
Wytske Wisses en haar zoon
Het is het jaartal 1686. Wytske Wisses is van plan met haar zoon Douwe naar hun pachter te lopen aan de Lijckweg in Katlijk. Ze lopen via de Kerkelaan langs het nieuwe Godshuis. Vooral Douwe wil daar wat blijven staan, omdat hij last van zijn voeten heeft gekregen.
Wytske vertelt: ‘Mijn naam is Wytske Wisses en jullie vinden mijn naam verbonden met mijn grondbezit in Katlijk samen met mijn zoon Douwe Piers. Ik ben hier niet geboren en ik woon hier ook niet. Ik neem jullie mee op mijn reis naar Katlijk met mijn zoon. Mijn zoon moet met mij onze kavels bekijken. Zijn vader zaliger was veenbaas en kocht de kavels voor hem, zodat hij van de pacht zou kunnen leven. Zijn stiefvader heeft het vaak over deze kavels, want die kunnen nog worden verveend, waardoor Douwe geld kan verdienen. Het is vrij moeilijk om in Katlijk te komen, omdat we met de praam via de vaart in De Knype en de Dorpsvaart naar Katlijk moeten varen. Het is daar namelijk nog een woestenij. Gelukkig hebben we een goede Katlijker boer die ons land bewerkt en ons pacht betaalt. Hij kan er vijf koeien en twee paarden op houden. Hij heeft net als ik stemrecht om de grietman van Schoterland en de dorpsrechter in Katlijk te kiezen. In Katlijk liggen de kavels van mijn zoon aan de oude Lijckweg. Mijn zoon is 16 jaar en zal nu moeten leren zich als een man te gedragen die zijn pachter te woord staat.’
Ondertussen lopen ze weer verder en kijken ze naar het kerkhof aan de andere kant van de heg. Wytske spoort haar zoon aan, terwijl ze vertelt: ‘Je vader ligt daar.’ Douwe vraagt dan: ‘Lijckweg, wat betekent die naam, mem; liggen daar lijken?’ Wytske: ‘Wel nee, die liggen daar niet.’ Douwe: ‘Maar waarom lopen we naar die Lijckweg? Ik hou niet van die naam, ik vind het een nare naam. Vader is immers ook dood.’ Wytske: ‘Nou ja.., je vader heeft hier niets mee te maken. Onze kavels liggen aan deze weg. Kom verman je zoon!’ Douwe: ‘Maar ik wil daar liever niet heen, kunnen we niet omlopen, mem?’ Wytske: ‘We gaan kijken bij onze kavels en jij gaat de pachter Ids Foppes vragen hoe het land en zijn familie ervoor staan. We willen het immers nog gaan vervenen en er veel turf van gaan verkopen.’
Ondertussen zijn ze aangekomen bij de tapperij op de hoek.
Douwe: ‘Kunnen we niet even bij de tapperij naar binnen, moeder; het is warm en ik heb dorst. Ik heb immers ook last van mijn voeten.’ Wytske: ‘We gaan absoluut niet naar binnen, daar schenken ze sterke drank. Ik heb genoeg gezien wat drank doet met de verveners in De Knype. Ze liggen soms meer dood dan levend naast de vaart. Jij gaat daar niet naar binnen. Wij zijn doopsgezinden en die gaan nooit een tapperij naar binnen.’ Douwe: ‘Maar moeder…’ Wytske: ‘Verman je zoon; je gaat je voorstellen aan Ids Foppes, want van hem ga je in de toekomst pacht krijgen. En ja, hij woont aan de Lijckweg.’ Douwe: ’Ik heb last van mijn tenen in die krappe schoenen, ik loop liever op mijn klompen. Kan ik niet op sokken verder, dan trek ik mijn schoenen straks wel weer aan.’ Wytske: ‘Ik waarschuw je zoon, je moet je nu gedragen als een volwassene, doorstappen en hou je schoenen aan.’
Ze zijn nu vlakbij het boerderijtje van de pachter en Douwe valt opgelucht in de berm van de Lijckweg. Hij trekt zijn schoenen en sokken uit en wrijft over zijn pijnlijke voeten. Deze houding bevalt Wytske allerminst, want zo gedraagt een eigenaar zich niet. De jongen zal nog veel moeten leren, verdorie. Hij moet nu eerst zijn schoenen weer aantrekken en zijn rug rechten.
De pachter komt al naar hen toe vanuit het land. Katlijk