Breng een bezoek aan Zuidoost Friesland
Wil je een dagje uit in het Noorden? Een weekendje weg of juist een hele vakantie doorbrengen op een mooie plek in Nederland? Kies dan voor Zuidoost Friesland: Het Andere Friesland.
Hieronder vind je een overzicht van alle evenementen. En een opsomming van alle bedrijven waar je kunt overnachten, eten of een activiteit kunt ondernemen.
“ Wat een prachtige omgeving en gastvrije Friezen! ”
Uit gastenboek 't Stee fan Anne P.
Bedrijven & overige locaties in Zuidoost Friesland
Het Andere Friesland biedt onverwacht leuke B&B's, campings, restaurantjes en boerderijwinkels. Daarnaast zijn er interessante musea, bezienswaardigheden en leuke activiteiten voor een dagje eropuit. Zoek hieronder jouw favoriete plekje in Zuidoost Friesland.
313 t/m 336 van 1362 resultaten
-
Noorderbegraafplaats
Noorderbegraafplaats
Vijftien geallieerde vliegers en vijftien verzetsslachtoffers vinden hun laatste rustplaats op de Noorderbegraafplaats in Leeuwarden. Ook worden er tijdens de Tweede Wereldoorlog bijna 450 gesneuvelde Duitse militairen begraven. Hun stoffelijke resten worden in 1958 overgebracht naar de Duitse oorlogsbegraafplaats Ysselsteyn.
Kort na het begin van de bezetting wordt de Noorderbegraafplaats aan het Leeuwarder Schapendijkje in gebruik genomen als militair ereveld. De eerste teraardebestelling van Duitse oorlogsdoden vindt er op 9 augustus 1940 plaats. Bij de bevrijding liggen op het Ehrenfriedhof bijna 450 Duitse militairen, die in 1958 collectief worden overgebracht naar de Kriegsgräberstätte Ysselsteyn bij Venray.
Het aantal geallieerde militairen dat vanaf juli 1941 op de begraafplaats een laatste rustplaats krijgt is qua aantal veel geringer. Nu nog liggen dertien Engelsen en twee Nieuw-Zeelanders begraven onder een rij karakteristieke witte headstones op regel 23 van de 2e afdeling. Oorspronkelijk waren er meer geallieerde oorlogsgraven. Twee Amerikanen en een Canadees zijn na de bevrijding herbegraven op de erevelden in Margraten en Holten.
In alle nu nog aanwezige geallieerde oorlogsgraven zijn bemanningsleden van vliegtuigen begraven. Van hen zijn alleen David Kay Foster en Robert Stanley Ling in de gemeente Leeuwarden gesneuveld. Hun Mosquito jachtbommenwerper stort op 28 mei 1944 neer op het vliegveld na een beschieting door luchtafweergeschut. De overige vliegeniers komen om een andere reden op de Noorderbegraafplaats terecht. Albert Hayes, Len Townrow en Michael John Boyle worden alle drie zwaargewond overgebracht naar het Bonifatiusziekenhuis en sterven daar ondanks de goede zorgen van de Duitse medische staf.
Jarenlang onderzoek door de Stichting Missing Airmen Memorial Foundation (SMAMF) in samenwerking met de Bergingsdienst van de Koninklijke Luchtmacht achterhaalt de identiteit van de zes gesneuvelden in het eerste graf. Het gaat om de bemanning van Wellington R1397. Het vliegtuig stort op 25 juli 1941 bij Boazum neer na een luchtaanval op Emden en is het eerste toestel dat crasht op het Friese vasteland. In 2015 zijn in aanwezigheid van nabestaanden twee nieuwe grafstenen met de namen van de bemanning door een legerpredikant ingezegend. De oude, naamloze, steen is nog te bezichtigen in het Fries Verzetsmuseum.
Ook liggen er vijftien verzetsslachtoffers begraven op de Noorderbegraafplaats, op een speciaal daarvoor ingericht ereveld. Op de grafmonumenten staat de tekst:
‘Fallen yn ‘e striid tsjin ûnrjocht en slavernij - dat wy yn frede foar rjocht en frijdom weitsje’
‘Gevallen in de strijd tegen onrecht en slavernij, opdat wij in vrede voor recht en vrijheid waken.’
Het meest in het oog springend zijn de drie zij aan zij geplaatste monumenten van de broers Mark, Klaas en Hyltje Wierda, die op 11 april 1945, enkele dagen voor de bevrijding, werden gefusilleerd bij Dronrijp.
De oorlogsgraven op de Noorderbegraafplaats zijn geadopteerd door vijf scholen uit Leeuwarden, die elk jaar op 15 april een herdenking organiseren.
Ook achter de grafmonumenten voor de Joodse familie Suskind (graf 03/-/24 /04) gaat een tragisch oorlogsverhaal schuil. MTS-leraar Willy Süskind stapte samen met zijn vrouw en zoon uit het leven, één dag na de Duitse inval in Nederland.
Helemaal achter op de begraafplaats herinnert een bijzonder grafmonument eveneens aan een oorlogsdrama. Het beeld van een treurende vrouw is geplaatst op het graf van Johanna Wilhelmina te Winkel en haar zoontje Hans, beiden slachtoffer van afgedwaalde bommen op de Julianastraat in 1942 (graf 04/1b/10).
Leeuwarden
-
De Kan Hoeve
De Kan Hoeve De Veenhoop
-
Pieter Stuyvesantkerk
Pieter Stuyvesantkerk Peperga
-
Ballonvaren Gorredijk
Ballonvaren Gorredijk Gorredijk
-
Wolvega (Wolvegea)
Wolvega (Wolvegea) Wolvega
-
Het Voetpad
Het Voetpad
Spanga
-
Laatste rustplaats Jan Welfing
Laatste rustplaats Jan Welfing
Jan Welfing (1920–1945) was een jonge Fries die actief was in het verzet en tijdens de bevrijding van Opsterland in Ureterp omkwam. Zijn naam wordt geëerd in zijn geboortedorp.
Jan Harmens Welfing, geboren op 19 mei 1920 in Duurswoude (nu Wijnjewoude) en opgegroeid in Hemrik, werkte als huisschilder maar sloot zich tijdens de bezetting aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten (BS), het Friese verzet tegen de nazi’s. Zijn inzet voor vrijheid zou hem uiteindelijk het leven kosten.
Op 14 april 1945, de dag van de bevrijding van Opsterland, raasden felle gevechten door Ureterp toen Duitse troepen het dorp binnenvielen. In het vuurgevecht tussen ongeveer twaalf BS’ers en de Duitsers sneuvelden meerdere verzetsstrijders, waaronder de 24-jarige Jan Welfing. Het geweld was hevig, met pantservuisten en granaten, terwijl dorpelingen zich in kelders verschoolden. Kort daarna bevrijdden troepen van het B-squadron van de Royal Canadian Dragoons het dorp, namen dertig Duitsers gevangen en wisten zo de dreiging te beëindigen.
Jan Welfing werd begraven in Wijnjewoude, samen met zijn jongere broer Jentje, die vijf maanden eerder verdronk tijdens een vluchtpoging. Ter herinnering aan zijn moed en opoffering is een straat in Wijnjewoude naar hem vernoemd: de Welfingstrjitte.
Wijnjewoude
-
Hoofdstraat Oost 47
Hoofdstraat Oost 47 Wolvega
-
Bospaviljoen Appelscha
Bospaviljoen Appelscha Appelscha
-
Uitkijktoren Belvédère
Uitkijktoren Belvédère
Oranjewoud
-
Molen De Hersteller
Molen De Hersteller Sintjohannesga
-
Beeld ovonde Boerenstreek
Beeld ovonde Boerenstreek
Appelscha
-
Glamping Landgoed Lindehof
Glamping Landgoed Lindehof Blesdijke
-
Park Huize Olterterp
Park Huize Olterterp Olterterp
-
Reuzen van Akkrum
Reuzen van Akkrum Akkrum
-
De Hagen Zelfpluktuingaard
De Hagen Zelfpluktuingaard Haulerwijk
-
Hendrik Anskes en de musketten
Hendrik Anskes en de musketten
Het was in het rampjaar 1672. In de frisse meimorgen had Hendrik Anskes, een jonge boer aan de westrand van Katlijk, besloten om de slootkanten van zijn zuidelijkste veld bij de Tjonger te maaien.
Gisteren had hij het ruige hooiland al gesleept met zijn paard. Vandaag wilde hij de kanten nog maaien. Terwijl hij in gedachten maaide, stootte hij op iets hards. De doffe dreun trilde door tot het houten handvat. Hendrik fronste, keek naar de grond en knielde neer. Hij veegde de aarde weg en staarde naar de glinstering van metaal—nieuw metaal, glanzend en koud. Zijn vingers gleden langs de lengte van een musketloop, onlangs begraven, het hout nog glad en ongeschonden door de tijd. Toen hij verder groef, vond hij meer—drie, vier musketten; hun ijzeren lopen in een rij onder de grond, samen met lange pieken die ernaast lagen.
Dit waren geen overblijfselen van oude oorlogen. Ze waren niet oud, hier nog niet lang geleden verstopt. Zijn hartslag versnelde. Waarom zou iemand nieuwe wapens begraven, zo dicht bij zijn boerderij? Voor wie waren ze bedoeld? Het Friese platteland had zijn deel aan onrust gekend, maar dit was anders. Een geheim.
Hendrik keek naar de Tjonger, waarvan het water traag richting de horizon stroomde. Hij was een boer, geen soldaat en had geen zin in dit soort mysteries. Hij dacht aan Jan, zijn oudere broer en dorpsrechter; de man die zou weten wat te doen. Net vandaag had zijn broer een afspraak met de grietman van Schoterland. De afgelopen weken had hij zich alleen kunnen concentreren op de dood van zijn vrouw en hij had weinig aandacht besteed aan de geruchten over een veldslag op de heide verderop. De ontdekking van de wapens voelde als een extra last in een tijd van verdriet. ‘Morgen’, zei hij tegen zichzelf. Morgen zou hij het melden. Voor nu moesten de wapens verborgen blijven.
Snel verzamelde hij de musketten en liep naar de oever van de rivier, waar de grond zachter en losser was. Knielend groef hij een ondiep gat in de bedding van de rivier. Terwijl hij werkte, droeg de wind fluisteringen van verre onrust, maar Hendrik hield zijn gedachten gefocust op de taak. De wapens werden opnieuw begraven, verborgen tussen de geknoopte rietstengels. Hij drukte de aarde aan, wetende dat ze daar zouden blijven totdat hij besloot het iemand te vertellen.
Het dorp Katlijk zou zich Hendrik Anskes niet herinneren, maar het waren oude wapens en wat paardenskeletten—lang geleden begraven in de losse grond bij de Tjonger—die de sleutel vormden tot een mysterie dat misschien nooit opgelost zou worden. Katlijk -
Keurslagerij Spijkerman
Keurslagerij Spijkerman
Akkrum
-
Family Appelscha
Family Appelscha Appelscha
-
Koepelbos
Koepelbos Oldeberkoop
-
Meisje in mini
Meisje in mini Drachten
-
Margrete, de weefster van Klein Katlijk
Margrete, de weefster van Klein Katlijk
Katlijk, 1525. De oudtante van Margrete woonde in het vrouwenklooster. Naast het vele bidden, deed ze veel handwerk. Net als Margrete nu zelf ook deed.
Margrete prikte zich in de vingers van de spintol. Bloed! Oppassen, het moest vooral de lichte schapenwol niet besmetten. Terwijl ze de vinger onwillekeurig in de mond stopte, dacht ze na over het voorval dat haar oudtante Margrete van Nes had verteld aan grootmoeder.
Haar oudtante had gewoond in het vrouwenklooster van de Steenkerk bij Luinjeberd, als onderdeel van de grotere Duitse orde van Nes bij Akkrum. Tante was altijd trots geweest op haar status binnen de familie. Zij en de andere zusters baden voor het zielenheil van hun families. Dagelijks de zeven getijden zingen en heel veel bidden, maar ook kleine handwerkjes verrichten.
Zo had tante de leiding gekregen over de spinnerij en weverij. Er werd geweven voor de grotere Orde, maar er werd ook in opdracht geweven. Grootmoeder uit Katlijk deed ook verstelwerk voor de zusters. Er waren meer mensen uit Klein Katlijk die het vlas van hun akkers weefden en het aan de Steenkerk verkochten. De weefsels waren nodig voor de ziekenzaal en de slaapvertrekken.
Op een dag was de abt onverwacht langsgekomen bij de zusters. Gauw deden de zusters hun kapjes op en werden de omslagdoeken steviger omgeslagen. De abt kwam natuurlijk nooit alleen, altijd waren er jonge lekenbroeders bij. De zusters behoorden te gaan staan, wanneer de mannen de weverij binnenkwamen. Het werd erg ongemakkelijk - voor ieders ogen werd duidelijk, dat lekenzuster Renttie haar periode had en dat er bloedvlekken op haar schoot waren gekomen, maar vooral dat de zachte witte wol besmet werd.
Margrete werd daarvoor streng berispt door de abt en dat had haar naamgenote Margrete van Lyts Ketlik altijd goed onthouden. Voor haar een reden om zich bewust te zijn van de rol van vrouwen en elkaar te waarschuwen als er mannen in de buurt zijn en zich gedeisd te houden. katlijk
-
Park Jongemastate
Park Jongemastate Raerd
-
Kerkhof Brongerga & Klokkenstoel
Kerkhof Brongerga & Klokkenstoel Oranjewoud