Alle locaties in Zuidoost Friesland
1081 t/m 1104 van 1138 resultaten
-
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Sweltsje
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Sweltsje Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
De laatste schooldag van meester Willem
De laatste schooldag van meester Willem
De laatste schooldag is aangebroken voor meester Willem op een koude winterdag in Katlijk, waar hij jaar na jaar les heeft gegeven. Zesendertig winters lang.
De ochtendmist hing nog laag over de weilanden toen Willem Jacobs het houten luik van het schoolraam openzette. De geur van vochtige turf van de turfbult naast de school trok naar binnen. In het kleine lokaal stonden de houten banken scheef; de houten vloer kraakte onder zijn voeten. Hij zette zijn schrijfkist op tafel, blies leven in het smeulende vuur en legde er drie turven bij — één voor de ochtend, één voor de middag en één voor de lange winteravond, als de oudste leerlingen bleven schrijven bij het schaarse licht.
Buiten klonk het klepperen van klompen op het pad. Eerst kwamen de jongens van Grut Ketlik, daarna die van Lyts Ketlik, over het schoolpad vanaf de Dorpshaven. Ze legden hun leien op tafel en staken hun handen bij het vuur. Willem liet hen de psalm van de week opzeggen, schreef met vaste hand op het bord: God, amen, lam, Heer, God, amen, en hoorde hun aarzelende stemmen de woorden nazeggen als een koor van wintervogels.
Na de middagpauze stapte zijn oude vriend, de dorpsrechter, binnen, zijn hoed nog vochtig van de dauw. Hij bracht bericht vanuit het Grieternijhuis De Drie Pilaren in Oudeschoot: de grietman had de nieuwe schoolordening goedgekeurd. Willem knikte zwijgend. Hij wist wat dat betekende — zijn tijd zat erop. Zesendertig winters had hij hier lesgegeven, in dit lage vertrek met de geur van turf en krijt, de wind langs het kerkepad, het geluid van kinderen dat door de seizoenen heen nauwelijks veranderde. Van de grietman had hij toestemming gekregen om de rest van zijn leven in een klein huisje bij de dorpsschuur te wonen.
Toen de laatste leerlingen naar huis waren, bleef hij alleen achter. Op het raam lag een dun laagje rijp; in de haard gloeide nog één turf. Hij boog zich voorover, trok met zijn vinger de letters W.J. in het met vocht beslagen raam, en keek door het kleine venster naar de kerk, waar de avondzon op het oude dak viel.
‘Dat zal het dan zijn,’ fluisterde hij. Daarna doofde hij het vuur, sloot de deur — langzaam, alsof hij een boek dichtdeed — en liet de stilte in het oude schooltje achter. Katlijk
-
Natuurkampeerterrein minicamping Singel
Natuurkampeerterrein minicamping Singel Jubbega
-
Klipper De Hoop
Klipper De Hoop Akkrum
-
De Deelen - De Turfhut - Vogelkijkhut
De Deelen - De Turfhut - Vogelkijkhut Luinjeberd
-
De Leijen - Mienskerwei
De Leijen - Mienskerwei Eastermar
-
Aaltje van de Laan
Aaltje van de Laan
Het is 1838 in het eerste huisje aan de laan in Katlijk. De grote gezinnen steunen op elkaar in de hechte gemeenschap, waar de straten worden vernoemd naar familieleden.
Aaltje: ‘Goedendag, kom erin, jullie komen vast en zeker een glaasje drinken op het heil van onze jongste zoon. Ik ben Aaltje en ben net moeder geworden van kleine Uilke, ons zevende kind. Ik heb nog twee meisjes en vier jongens. Kom binnen, kom binnen. Ik hoorde al van familie dat jullie langs de Weversbuurt zouden lopen op weg naar jullie familie bij de herberg.
Onze Martzen is al 13 jaar en zal een glaasje voor jullie inschenken. Haar broers en haar vader zijn niet thuis, want ze werken bij de boeren aan de Weversbuurt. Martzen kan mij goed helpen en dat is ook nodig, want haar oudere zuster heeft al een diensthuis bij een boer in Langezwaag.’
Martzen roept: ' Moeder, waar staan die glaasjes? ' Aaltje roept terug: ' Dat weet je toch wel, Martzen! In het zondagse kabinet! '
Aaltje vertelt verder: ' Hoe gaat het met jullie familie? Jullie hebben vast al een eind gelopen, kwamen jullie door de Yntzelaan? Ja, die namen hier, hè; mijn hele familie woont hier in de buurt. De laan hiernaast noemen ze sinds mijn vader overleed de Yntzelaan, omdat mijn vader Yntze heet. We hebben kortgeleden een groot verdriet gehad, want mijn zus Janke uit Mildam is net begraven. Haar jongste kinderen komen hier nu veel over de vloer en de gezinnen van mijn broers Meeuwes en Uilke uit Mildam vangen deze kinderen ook op. Het zijn hier toch allemaal Hoekstra’s en we zorgen ook voor elkaar in slechte tijden.'
Aaltje: ' Martje, schep maar vier glaasjes met boerenjongens in!’. Aaltje gaat verder: ' Mijn man Jeip pakt van alles aan. Hij is nu arbeider aan de Weversbuurt, maar hij weet ook hoe hij moet slachten. Hij wordt als slager vaker gevraagd en komt daarom ook wel in de buurdorpen. Ik ben altijd blij als hij weer een paar stukken vlees mee kan nemen voor ons grote gezin.’
Martzen vraagt: ' Kan ik nu weer naar buiten, moeder? We doen een balspel met de andere kinderen van de laan.’ Aaltje zegt: ' Ja Martzen, haal alleen nog even water uit de regenwaterbak. Ik vertel de mensen eerst even hoe het hier zit, want ik heb ze een lange tijd niet gezien.’ Katlijk
-
Friesland Charter - Klipper Stella Frisia
Friesland Charter - Klipper Stella Frisia Akkrum
Direct boekbaar
-
Friesland Charter
Friesland Charter Akkrum
-
Skûtsje Gudsekop
Skûtsje Gudsekop Akkrum
-
Veerpont Fietspont De Deelen (De Deelen)
Veerpont Fietspont De Deelen (De Deelen) Luinjeberd
-
Jan Durkspolder
Jan Durkspolder Oudega
-
Pean-buiten Akkrum - Waterlodges Swarm
Pean-buiten Akkrum - Waterlodges Swarm Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
Alde Feanen - Westersanning - Vogelkijkhut
Alde Feanen - Westersanning - Vogelkijkhut Oudega Gem Smallingerlnd
-
B&B het Oude Dorpscafé
B&B het Oude Dorpscafé Zorgvlied
-
De Singel tweewielers
De Singel tweewielers Jubbega
-
Liefhebberij de Hooiberg
Liefhebberij de Hooiberg Katlijk
-
Veerpont Over de Lende (Oldemarkt)
Veerpont Over de Lende (Oldemarkt) Oldemarkt
-
Wytske Wisses en haar zoon
Wytske Wisses en haar zoon
Het is het jaartal 1686. Wytske Wisses is van plan met haar zoon Douwe naar hun pachter te lopen aan de Lijckweg in Katlijk. Ze lopen via de Kerkelaan langs het nieuwe Godshuis. Vooral Douwe wil daar wat blijven staan, omdat hij last van zijn voeten heeft gekregen.
Wytske vertelt: ‘Mijn naam is Wytske Wisses en jullie vinden mijn naam verbonden met mijn grondbezit in Katlijk samen met mijn zoon Douwe Piers. Ik ben hier niet geboren en ik woon hier ook niet. Ik neem jullie mee op mijn reis naar Katlijk met mijn zoon. Mijn zoon moet met mij onze kavels bekijken. Zijn vader zaliger was veenbaas en kocht de kavels voor hem, zodat hij van de pacht zou kunnen leven. Zijn stiefvader heeft het vaak over deze kavels, want die kunnen nog worden verveend, waardoor Douwe geld kan verdienen. Het is vrij moeilijk om in Katlijk te komen, omdat we met de praam via de vaart in De Knype en de Dorpsvaart naar Katlijk moeten varen. Het is daar namelijk nog een woestenij. Gelukkig hebben we een goede Katlijker boer die ons land bewerkt en ons pacht betaalt. Hij kan er vijf koeien en twee paarden op houden. Hij heeft net als ik stemrecht om de grietman van Schoterland en de dorpsrechter in Katlijk te kiezen. In Katlijk liggen de kavels van mijn zoon aan de oude Lijckweg. Mijn zoon is 16 jaar en zal nu moeten leren zich als een man te gedragen die zijn pachter te woord staat.’
Ondertussen lopen ze weer verder en kijken ze naar het kerkhof aan de andere kant van de heg. Wytske spoort haar zoon aan, terwijl ze vertelt: ‘Je vader ligt daar.’ Douwe vraagt dan: ‘Lijckweg, wat betekent die naam, mem; liggen daar lijken?’ Wytske: ‘Wel nee, die liggen daar niet.’ Douwe: ‘Maar waarom lopen we naar die Lijckweg? Ik hou niet van die naam, ik vind het een nare naam. Vader is immers ook dood.’ Wytske: ‘Nou ja.., je vader heeft hier niets mee te maken. Onze kavels liggen aan deze weg. Kom verman je zoon!’ Douwe: ‘Maar ik wil daar liever niet heen, kunnen we niet omlopen, mem?’ Wytske: ‘We gaan kijken bij onze kavels en jij gaat de pachter Ids Foppes vragen hoe het land en zijn familie ervoor staan. We willen het immers nog gaan vervenen en er veel turf van gaan verkopen.’
Ondertussen zijn ze aangekomen bij de tapperij op de hoek.
Douwe: ‘Kunnen we niet even bij de tapperij naar binnen, moeder; het is warm en ik heb dorst. Ik heb immers ook last van mijn voeten.’ Wytske: ‘We gaan absoluut niet naar binnen, daar schenken ze sterke drank. Ik heb genoeg gezien wat drank doet met de verveners in De Knype. Ze liggen soms meer dood dan levend naast de vaart. Jij gaat daar niet naar binnen. Wij zijn doopsgezinden en die gaan nooit een tapperij naar binnen.’ Douwe: ‘Maar moeder…’ Wytske: ‘Verman je zoon; je gaat je voorstellen aan Ids Foppes, want van hem ga je in de toekomst pacht krijgen. En ja, hij woont aan de Lijckweg.’ Douwe: ’Ik heb last van mijn tenen in die krappe schoenen, ik loop liever op mijn klompen. Kan ik niet op sokken verder, dan trek ik mijn schoenen straks wel weer aan.’ Wytske: ‘Ik waarschuw je zoon, je moet je nu gedragen als een volwassene, doorstappen en hou je schoenen aan.’
Ze zijn nu vlakbij het boerderijtje van de pachter en Douwe valt opgelucht in de berm van de Lijckweg. Hij trekt zijn schoenen en sokken uit en wrijft over zijn pijnlijke voeten. Deze houding bevalt Wytske allerminst, want zo gedraagt een eigenaar zich niet. De jongen zal nog veel moeten leren, verdorie. Hij moet nu eerst zijn schoenen weer aantrekken en zijn rug rechten.
De pachter komt al naar hen toe vanuit het land. Katlijk
-
Pean-buiten Akkrum - de Jister
Pean-buiten Akkrum - de Jister Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
Maallust, Kaaslust en Piepers & Paupers
Maallust, Kaaslust en Piepers & Paupers Veenhuizen
-
Taconisbosk
Taconisbosk Nieuweschoot
-
Drents-Friese Wold
Drents-Friese Wold
Appelscha
-
Recreatie Tolbrugschans
Recreatie Tolbrugschans Oudehorne