Alle locaties in Zuidoost Friesland
1009 t/m 1032 van 1112 resultaten
-
EKO Bakkerij Bolhuis
EKO Bakkerij Bolhuis Jubbega
-
Margrete, de weefster van Klein Katlijk
Margrete, de weefster van Klein Katlijk
Katlijk, 1525.
Margrete prikte zich in de vingers van de spintol. Bloed! Oppassen, het moest vooral de lichte schapenwol niet besmetten. Terwijl ze de vinger onwillekeurig in de mond stopte, dacht ze na over het voorval dat haar oudtante Margrete van Nes had verteld aan grootmoeder.
Haar oudtante had gewoond in het vrouwenklooster van de Steenkerk bij Luinjeberd, als onderdeel van de grotere Duitse orde van Nes bij Akkrum. Tante was altijd trots geweest op haar status binnen de familie. Zij en de andere zusters baden voor het zielenheil van hun families. Dagelijks de zeven getijden zingen en heel veel bidden, maar ook kleine handwerkjes verrichten.
Zo had tante de leiding gekregen over de spinnerij en weverij. Er werd geweven voor de grotere Orde, maar er werd ook in opdracht geweven. Grootmoeder uit Katlijk deed ook verstelwerk voor de zusters. Er waren meer mensen uit Klein Katlijk die het vlas van hun akkers weefden en het aan de Steenkerk verkochten. De weefsels waren nodig voor de ziekenzaal en de slaapvertrekken.
Op een dag was de abt onverwacht langsgekomen bij de zusters. Gauw deden de zusters hun kapjes op en werden de omslagdoeken steviger omgeslagen. De abt kwam natuurlijk nooit alleen, altijd waren er jonge lekenbroeders bij. De zusters behoorden te gaan staan, wanneer de mannen de weverij binnenkwamen. Het werd erg ongemakkelijk - voor ieders ogen werd duidelijk, dat lekenzuster Renttie haar periode had en dat er bloedvlekken op haar schoot waren gekomen, maar vooral dat de zachte witte wol besmet werd.
Margrete werd daarvoor streng berispt door de abt en dat had haar naamgenote Margrete van Lyts Ketlik altijd goed onthouden. Voor haar een reden om zich bewust te zijn van de rol van vrouwen en elkaar te waarschuwen als er mannen in de buurt zijn en zich gedeisd te houden. katlijk
-
De Deelen - De Turfhut - Vogelkijkhut
De Deelen - De Turfhut - Vogelkijkhut Luinjeberd
-
De herberg bij de kruising
De herberg bij de kruising
De dorpsherberg in de middeleeuwen.
Op de hoek van de Klepelslag staat het mooie Witte huis. Oudere Katlijkers weten dat dit ooit een dorpscafé was, dichtbij de kruising van de Kerkelaan en de W.A. Nijenhuisweg. Vanaf de late middeleeuwen heeft hier een herberg gestaan. Zoals overal in Friesland was dit de herberg waar dorpszaken werden gedaan: contracten tekenen, overleggen over koop en verkoop van grond en percelen.
Deze herberg speelde tot diep in de 20ste eeuw een belangrijke sociale functie in het dorp. Katlijk
-
Smûk
Smûk Katlijk
-
Wytske Wisses en haar zoon
Wytske Wisses en haar zoon
Het is het jaartal 1686. Wytske Wisses is van plan met haar zoon Douwe naar hun pachter te lopen aan de Lijckweg in Katlijk. Ze lopen via de Kerkelaan langs het nieuwe Godshuis. Vooral Douwe wil daar wat blijven staan, omdat hij last van zijn voeten heeft gekregen.
Wytske vertelt: ‘Mijn naam is Wytske Wisses en jullie vinden mijn naam verbonden met mijn grondbezit in Katlijk samen met mijn zoon Douwe Piers. Ik ben hier niet geboren en ik woon hier ook niet. Ik neem jullie mee op mijn reis naar Katlijk met mijn zoon. Mijn zoon moet met mij onze kavels bekijken. Zijn vader zaliger was veenbaas en kocht de kavels voor hem, zodat hij van de pacht zou kunnen leven. Zijn stiefvader heeft het vaak over deze kavels, want die kunnen nog worden verveend, waardoor Douwe geld kan verdienen. Het is vrij moeilijk om in Katlijk te komen, omdat we met de praam via de vaart in De Knype en de Dorpsvaart naar Katlijk moeten varen. Het is daar namelijk nog een woestenij. Gelukkig hebben we een goede Katlijker boer die ons land bewerkt en ons pacht betaalt. Hij kan er vijf koeien en twee paarden op houden. Hij heeft net als ik stemrecht om de grietman van Schoterland en de dorpsrechter in Katlijk te kiezen. In Katlijk liggen de kavels van mijn zoon aan de oude Lijckweg. Mijn zoon is 16 jaar en zal nu moeten leren zich als een man te gedragen die zijn pachter te woord staat.’
Ondertussen lopen ze weer verder en kijken ze naar het kerkhof aan de andere kant van de heg. Wytske spoort haar zoon aan, terwijl ze vertelt: ‘Je vader ligt daar.’ Douwe vraagt dan: ‘Lijckweg, wat betekent die naam, mem; liggen daar lijken?’ Wytske: ‘Wel nee, die liggen daar niet.’ Douwe: ‘Maar waarom lopen we naar die Lijckweg? Ik hou niet van die naam, ik vind het een nare naam. Vader is immers ook dood.’ Wytske: ‘Nou ja.., je vader heeft hier niets mee te maken. Onze kavels liggen aan deze weg. Kom verman je zoon!’ Douwe: ‘Maar ik wil daar liever niet heen, kunnen we niet omlopen, mem?’ Wytske: ‘We gaan kijken bij onze kavels en jij gaat de pachter Ids Foppes vragen hoe het land en zijn familie ervoor staan. We willen het immers nog gaan vervenen en er veel turf van gaan verkopen.’
Ondertussen zijn ze aangekomen bij de tapperij op de hoek.
Douwe: ‘Kunnen we niet even bij de tapperij naar binnen, moeder; het is warm en ik heb dorst. Ik heb immers ook last van mijn voeten.’ Wytske: ‘We gaan absoluut niet naar binnen, daar schenken ze sterke drank. Ik heb genoeg gezien wat drank doet met de verveners in De Knype. Ze liggen soms meer dood dan levend naast de vaart. Jij gaat daar niet naar binnen. Wij zijn doopsgezinden en die gaan nooit een tapperij naar binnen.’ Douwe: ‘Maar moeder…’ Wytske: ‘Verman je zoon; je gaat je voorstellen aan Ids Foppes, want van hem ga je in de toekomst pacht krijgen. En ja, hij woont aan de Lijckweg.’ Douwe: ’Ik heb last van mijn tenen in die krappe schoenen, ik loop liever op mijn klompen. Kan ik niet op sokken verder, dan trek ik mijn schoenen straks wel weer aan.’ Wytske: ‘Ik waarschuw je zoon, je moet je nu gedragen als een volwassene, doorstappen en hou je schoenen aan.’
Ze zijn nu vlakbij het boerderijtje van de pachter en Douwe valt opgelucht in de berm van de Lijckweg. Hij trekt zijn schoenen en sokken uit en wrijft over zijn pijnlijke voeten. Deze houding bevalt Wytske allerminst, want zo gedraagt een eigenaar zich niet. De jongen zal nog veel moeten leren, verdorie. Hij moet nu eerst zijn schoenen weer aantrekken en zijn rug rechten.
De pachter komt al naar hen toe vanuit het land. Katlijk
-
Heide Hulstreed
Heide Hulstreed Jubbega
-
De Leijen - Bildreed - Uitkijktoren
De Leijen - Bildreed - Uitkijktoren Rottevalle
-
Minicamping De Frije Fries
Minicamping De Frije Fries Rotstergaast
-
Watertorenhotel Nes
Watertorenhotel Nes Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
Natuurkampeerterrein minicamping Singel - Camperplaats kleiner dan 5m
Natuurkampeerterrein minicamping Singel - Camperplaats kleiner dan 5m Jubbega
Direct boekbaar
-
B&B het Oude Dorpscafé
B&B het Oude Dorpscafé Zorgvlied
-
De ban wordt opgeheven in 1413
De ban wordt opgeheven in 1413
Mijn naam is Onno. Ik was lange tijd kapelaan van de kleine kapel tussen de hoeven van Katlijk. Nog vóór zonsopgang ontmoette ik broeder Emmo bij het hek. Nog voor hij sprak, begreep ik waarvoor hij gekomen was.
De ban van de Bisschop van Utrecht was opgeheven.Jarenlang had ik in de kapel gebeden zonder de sacramenten openlijk te bedienen. Er waren geen missen, geen biecht en geen doop in het openbaar. Gebeden werden gefluisterd, psalmen gezongen in schuren. De bisschop had zijn ban uitgesproken, maar het leven ging hier intussen door.
Emmo was gezonden vanuit Nes bij Akkrum om het nieuws te brengen aan de dorpen van Schoterland. Hij vertelde dat hij eerder Oudeschoot en Brongergea had aangedaan.
Toen hij zei dat de sacramenten weer openlijk mochten worden bediend, zakte de spanning die zich in de jaren had opgebouwd. Die avond las ik na lange tijd de mis in de kapel, zoals dat hier altijd was gedaan. Katlijk
-
Tolbrugschans
Tolbrugschans Oudehorne
-
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Reade Wikel
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Reade Wikel Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Reidsjonger
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Reidsjonger Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
Natuurkampeerterrein minicamping Singel - Plaats Trekkerstent voor wandelaars en fietsers
Natuurkampeerterrein minicamping Singel - Plaats Trekkerstent voor wandelaars en fietsers Jubbega
Direct boekbaar
-
Prego Zeilzwerven
Prego Zeilzwerven Akkrum
-
Aaltje van de Laan
Aaltje van de Laan
Het is 1838 in het eerste huisje aan de laan in Katlijk.
Aaltje: ‘Goedendag, kom erin, jullie komen vast en zeker een glaasje drinken op het heil van onze jongste zoon. Ik ben Aaltje en ben net moeder geworden van kleine Uilke, ons zevende kind. Ik heb nog twee meisjes en vier jongens. Kom binnen, kom binnen. Ik hoorde al van familie dat jullie langs de Weversbuurt zouden lopen op weg naar jullie familie bij de herberg.
Onze Martzen is al 13 jaar en zal een glaasje voor jullie inschenken. Haar broers en haar vader zijn niet thuis, want ze werken bij de boeren aan de Weversbuurt. Martzen kan mij goed helpen en dat is ook nodig, want haar oudere zuster heeft al een diensthuis bij een boer in Langezwaag.’
Martzen roept: ' Moeder, waar staan die glaasjes? ' Aaltje roept terug: ' Dat weet je toch wel, Martzen! In het zondagse kabinet! '
Aaltje vertelt verder: ' Hoe gaat het met jullie familie? Jullie hebben vast al een eind gelopen, kwamen jullie door de Yntzelaan? Ja, die namen hier, hè; mijn hele familie woont hier in de buurt. De laan hiernaast noemen ze sinds mijn vader overleed de Yntzelaan, omdat mijn vader Yntze heet. We hebben kortgeleden een groot verdriet gehad, want mijn zus Janke uit Mildam is net begraven. Haar jongste kinderen komen hier nu veel over de vloer en de gezinnen van mijn broers Meeuwes en Uilke uit Mildam vangen deze kinderen ook op. Het zijn hier toch allemaal Hoekstra’s en we zorgen ook voor elkaar in slechte tijden.'
Aaltje: ' Martje, schep maar vier glaasjes met boerenjongens in!’. Aaltje gaat verder: ' Mijn man Jeip pakt van alles aan. Hij is nu arbeider aan de Weversbuurt, maar hij weet ook hoe hij moet slachten. Hij wordt als slager vaker gevraagd en komt daarom ook wel in de buurdorpen. Ik ben altijd blij als hij weer een paar stukken vlees mee kan nemen voor ons grote gezin.’
Martzen vraagt: ' Kan ik nu weer naar buiten, moeder? We doen een balspel met de andere kinderen van de laan.’ Aaltje zegt: ' Ja Martzen, haal alleen nog even water uit de regenwaterbak. Ik vertel de mensen eerst even hoe het hier zit, want ik heb ze een lange tijd niet gezien.’ Katlijk
-
De heks van Katlijk
De heks van Katlijk
Katlijk
-
Hoekstra asperges
Hoekstra asperges
Katlijk
-
Veerpont De Snoekcbaers (Sitebuorren)
Veerpont De Snoekcbaers (Sitebuorren) Grouw De Burd
-
Leren van de natuur
Leren van de natuur
Tijnje
-
Nationaal Gevangenismuseum
Nationaal Gevangenismuseum Veenhuizen