Alle locaties in Zuidoost Friesland
1129 t/m 1133 van 1133 resultaten
-
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Goudule
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Goudule Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
Terband
Terband Terband
-
Froukje en de vreemdeling bij de winkel
Froukje en de vreemdeling bij de winkel
Het is 1822 in Katlijk bij de kruising. In het dorp Katlijk aan de rand van de grote heidevelden, waar de horizon zich eindeloos leek uit te strekken, woonde Froukje Abeles Witsma alleen - met het uitzicht op de drie paden. Froukje was meestal te vinden aan de voorkant van haar huis.
Op een late septembermiddag zat Froukje op het bankje haar handen rustend op haar schoot. Zij verwachtte vandaag geen klanten, vandaag zou er alleen stilte zijn.
Toen zag ze hem, een man die vanuit het oosten kwam. Ze keek naar hem met een lichte huivering van ongemak. Hij was geen man uit Katlijk, dat wist ze meteen. Toen hij het pad op liep, voelde ze aan dat deze man invloed had. Ze stond op van het bankje voor haar winkelhuis. ‘Goedemiddag,’ zei de man in het Fries. Froukje knikte, haar lippen in een beleefde, maar dunne glimlach. De man liet snel zijn ogen over haar en de open winkeldeur gaan. ‘Ik zoek iemand’, zei hij. ‘Zijn naam is Sible. Sible, de zoon van de molenaar.’
Sible Wytsma, haar neef. Natuurlijk kende zij hem. Er waren verhalen over Sible. Het dorp was vol stiltes en verhalen, maar die van Sible waren anders. Ze hield de blik van de man vast, haar gezicht bleef onverstoorbaar. Ze zei: ‘Er is niemand met die naam die ik ken.’ De man zei: ‘Ik heb een boodschap voor hem, het is belangrijk.’ Froukje haar gedachten waren al aan het werk. Zij kende Sibles familie. De Wytsma’s waren hier geworteld, net als de andere families. ‘Ik ken hem niet,’ zei ze, haar stem koel en afstandelijk. ‘Er is niemand in Katlijk met die naam.’
De man kwam een stap naar voren naar de vrouw. Froukje bleef staan waar ze stond. Ze had het idee dat hij probeerde in haar te kijken om te zien of ze loog. ‘Ik zou hem graag vandaag nog vinden,’ zei de man. ‘Ik heb een lange weg afgelegd.’ Froukje zei nogmaals: ‘Er is hier niemand met die naam.’ Eén moment lang bewoog geen van beiden. De man trok zich uiteindelijk terug. ‘Dan ga ik maar weer,’ zei hij. Froukje keek hem na.
De stilte keerde terug, maar was nu een andere stilte, zwaarder en vol vragen. Froukje bleef kijken en liep een paar stappen in de richting van de vreemdeling, maar keerde - met twijfel - terug. Froukje zou het voorval niet laten rusten en Sible de volgende keer, als ze hem zou zien, vertellen over de vreemdeling. Mensen in Katlijk stelden zulke vragen niet. Ze leefden met stilte, met de dingen die onuitgesproken bleven, omdat dat de enige manier was om in een plaats als deze te wonen. Katlijk
-
Ryckolt bij de Draai
Ryckolt bij de Draai
Het is in het jaar 1830 bij de turfopslag in Katlijk.
Ryckolt veegde het zweet van zijn voorhoofd. Hij was de hele ochtend bezig geweest met het laden van turf in de praam en de schipper hielp met het keren van de schuit. Hij had honger gekregen.
De praam kwam leeg aan uit De Knype en werd opnieuw geladen met turf uit Katlijk. Bij het laden werden de turven opgestapeld in de bekende vorm van een 'stok'. Katlijkers, die de turf hadden afgegraven, brachten de turven met paard en wagen naar deze opslag. Daar bouwden ze een zogenaamde 'stok' van turf. Eén stok, wist Ryckolt, bevat 16 turven op de grond met 22 turven er bovenop gestapeld, wat neerkomt op 352 turven. Er lag (en) al een flink aantal van dergelijke stokken klaar om in de praam geladen te worden.
Vanmorgen moest hij 10 stokken laden, wat betekent – even rekenen… Ryckolt had op de winterschool leren rekenen, want de sommen van de schoolmeester gingen vaak over het tellen van turf.
Acht hopen turf, 1 dag werk en 15 stokken werden verkocht aan 5 schippers. Hoeveel moest ieder aan de schipper betalen?
Om alle turf in de praam te krijgen had Ryckolt een goede schipper en een ervaren veenbaas nodig. Dat was vandaag niet het geval. De veenbaas had de hopen turf al een paar keer verkeerd gemeten, waardoor enkele turfstekers boos waren geworden. Turfstekers moeten ook kunnen tellen, omdat veenbazen ter plekke het aantal turven uitbetalen. Deze veenbaas kwam van Gorredijk en Ryckolt kende alleen zijn naam: Venema. Hij realiseerde zich opeens dat Venema al lang in de herberg was. Gisteren ook en ja, eergisteren ook. Venema zou vast weer naar drank ruiken.
Schafttijd! En verdorie, Venema was nog steeds niet te zien. Ryckolt zag de boerenarbeiders al naar de keuken van deze vicarie-boerderij lopen. De dienstmeisjes dienden het eten op, maar de boerin zat nog steeds met Venema achter de tafel met sterke drank. Katlijk
-
Camping Rotandorp
Camping Rotandorp Noordwolde