Alle locaties in Zuidoost Friesland
1009 t/m 1032 van 1134 resultaten
-
Watertorenhotel Nes
Watertorenhotel Nes Nes (gemeente Heerenveen)
-
De Raaptepper
De Raaptepper Katlijk
-
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Ljurk
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Ljurk Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
Recreatie Tolbrugschans
Recreatie Tolbrugschans Oudehorne
-
Friesland Charter - Klipper Stella Frisia
Friesland Charter - Klipper Stella Frisia Akkrum
Direct boekbaar
-
Kwartier Noord
Kwartier Noord Katlijk
-
De heks van Katlijk
De heks van Katlijk
Het verhaal over de heks heeft meerdere bronnen en het is de vraag of ze allemaal waar zijn. Het begint met een paar kwajongens die zilver wilden stelen van oude Griet en door haar betrapt werden.
Stelen door kwajongens’ is van alle tijden, maar wat er daarna verteld wordt, is erg onwaarschijnlijk. De verteller zegt het gelezen te hebben in een geheim document in Tresoar over Katlijk. Laten we Griet zelf vragen wat er gebeurde.
Griet was als meisje naar het oude klooster van Schoten gebracht in Oudeschoot. De parochianen in de keuken hadden het meisje te eten gegeven en haar jarenlang van een slaapplaats voorzien bij het haardvuur. Ze hoorde daar dat er dagelijks missen werden opgevoerd voor het zielenheil van de overledenen en deze mysterieuze Gregoriaanse gezangen waren voor altijd in haar hoofd blijven rondzingen.
Griet vertelt: ‘Op de heide woon ik alleen, omdat het dorp mijn gezangen niet wil horen. Ik zing voor iedereen die in Katlijk is overleden en heb altaartjes gemaakt met kruiden en bloemen. Wie gaat anders voor hen zorgen? De mensen worden bij de nieuwe stenen kerk begraven, maar ik heb er geen vertrouwen in dat mensen alle dagen voor de doden de gezangen zingen.’
‘Ik leef vooral van mijn zandraapjes. Mensen weten niet hoe voedzaam ze zijn. Ik drink de melk van mijn geit. Jullie vragen me over die kwajongens die mijn zilver wilden stelen en weten niet waar ze zijn. Dat weet ik ook niet. Kijk naar de heide en het bos en jullie zien overal paden. Bij elk pad heb ik ‘tekens’ in de natuur gezet en het kan zijn dat de jongens daardoor verdwaalden. Misschien hoorden de jongens mijn gezang in de verte en lokte het hen naar de wereld van de overledenen. Maar misschien zijn ze gewoon uitgegleden in het sompige veengebied.’
Er werd in het dorp niet meer over Griet gesproken, maar de ouders van de jongens liet het niet los. Vele eeuwen later woonden de nazaten van deze families op de zandgrond in de nieuwe wijk De Akkers in Heerenveen. Laat daar nou het heidezand van Katlijk en van Griet haar betoverde tekens naar toe zijn gereden. Zo nu en dan horen deze families Gregoriaanse gezangen in hun kelders- en daar is niets aan te doen. Katlijk
-
Leren van de natuur
Leren van de natuur
Tijnje
-
Klokkenstoel Luinjeberd
Klokkenstoel Luinjeberd Luinjeberd
-
De laatste schooldag van meester Willem
De laatste schooldag van meester Willem
De laatste schooldag is aangebroken voor meester Willem op een koude winterdag in Katlijk, waar hij jaar na jaar les heeft gegeven. Zesendertig winters lang.
De ochtendmist hing nog laag over de weilanden toen Willem Jacobs het houten luik van het schoolraam openzette. De geur van vochtige turf van de turfbult naast de school trok naar binnen. In het kleine lokaal stonden de houten banken scheef; de houten vloer kraakte onder zijn voeten. Hij zette zijn schrijfkist op tafel, blies leven in het smeulende vuur en legde er drie turven bij — één voor de ochtend, één voor de middag en één voor de lange winteravond, als de oudste leerlingen bleven schrijven bij het schaarse licht.
Buiten klonk het klepperen van klompen op het pad. Eerst kwamen de jongens van Grut Ketlik, daarna die van Lyts Ketlik, over het schoolpad vanaf de Dorpshaven. Ze legden hun leien op tafel en staken hun handen bij het vuur. Willem liet hen de psalm van de week opzeggen, schreef met vaste hand op het bord: God, amen, lam, Heer, God, amen, en hoorde hun aarzelende stemmen de woorden nazeggen als een koor van wintervogels.
Na de middagpauze stapte zijn oude vriend, de dorpsrechter, binnen, zijn hoed nog vochtig van de dauw. Hij bracht bericht vanuit het Grieternijhuis De Drie Pilaren in Oudeschoot: de grietman had de nieuwe schoolordening goedgekeurd. Willem knikte zwijgend. Hij wist wat dat betekende — zijn tijd zat erop. Zesendertig winters had hij hier lesgegeven, in dit lage vertrek met de geur van turf en krijt, de wind langs het kerkepad, het geluid van kinderen dat door de seizoenen heen nauwelijks veranderde. Van de grietman had hij toestemming gekregen om de rest van zijn leven in een klein huisje bij de dorpsschuur te wonen.
Toen de laatste leerlingen naar huis waren, bleef hij alleen achter. Op het raam lag een dun laagje rijp; in de haard gloeide nog één turf. Hij boog zich voorover, trok met zijn vinger de letters W.J. in het met vocht beslagen raam, en keek door het kleine venster naar de kerk, waar de avondzon op het oude dak viel.
‘Dat zal het dan zijn,’ fluisterde hij. Daarna doofde hij het vuur, sloot de deur — langzaam, alsof hij een boek dichtdeed — en liet de stilte in het oude schooltje achter. Katlijk
-
Alde Feanen - Jan Durkspolder - Vogelkijkhut
Alde Feanen - Jan Durkspolder - Vogelkijkhut Oudega Gem Smallingerlnd
-
B&B Singelstate
B&B Singelstate Gorredijk
-
Authentieke melkstal de Jister
Authentieke melkstal de Jister Akkrum
-
Klipper De Hoop
Klipper De Hoop Akkrum
-
Natuurtuin 't Hummelhûs
Natuurtuin 't Hummelhûs
Oudehorne
-
Margrete, de weefster van Klein Katlijk
Margrete, de weefster van Klein Katlijk
Katlijk, 1525. De oudtante van Margrete woonde in het vrouwenklooster. Naast het vele bidden, deed ze veel handwerk. Net als Margrete nu zelf ook deed.
Margrete prikte zich in de vingers van de spintol. Bloed! Oppassen, het moest vooral de lichte schapenwol niet besmetten. Terwijl ze de vinger onwillekeurig in de mond stopte, dacht ze na over het voorval dat haar oudtante Margrete van Nes had verteld aan grootmoeder.
Haar oudtante had gewoond in het vrouwenklooster van de Steenkerk bij Luinjeberd, als onderdeel van de grotere Duitse orde van Nes bij Akkrum. Tante was altijd trots geweest op haar status binnen de familie. Zij en de andere zusters baden voor het zielenheil van hun families. Dagelijks de zeven getijden zingen en heel veel bidden, maar ook kleine handwerkjes verrichten.
Zo had tante de leiding gekregen over de spinnerij en weverij. Er werd geweven voor de grotere Orde, maar er werd ook in opdracht geweven. Grootmoeder uit Katlijk deed ook verstelwerk voor de zusters. Er waren meer mensen uit Klein Katlijk die het vlas van hun akkers weefden en het aan de Steenkerk verkochten. De weefsels waren nodig voor de ziekenzaal en de slaapvertrekken.
Op een dag was de abt onverwacht langsgekomen bij de zusters. Gauw deden de zusters hun kapjes op en werden de omslagdoeken steviger omgeslagen. De abt kwam natuurlijk nooit alleen, altijd waren er jonge lekenbroeders bij. De zusters behoorden te gaan staan, wanneer de mannen de weverij binnenkwamen. Het werd erg ongemakkelijk - voor ieders ogen werd duidelijk, dat lekenzuster Renttie haar periode had en dat er bloedvlekken op haar schoot waren gekomen, maar vooral dat de zachte witte wol besmet werd.
Margrete werd daarvoor streng berispt door de abt en dat had haar naamgenote Margrete van Lyts Ketlik altijd goed onthouden. Voor haar een reden om zich bewust te zijn van de rol van vrouwen en elkaar te waarschuwen als er mannen in de buurt zijn en zich gedeisd te houden. katlijk
-
Friese sportlegendes
Friese sportlegendes
Terband
-
Het Tripgemaal
Het Tripgemaal Gersloot
-
Kapelle van Haskerdijken
Kapelle van Haskerdijken Haskerdijken
-
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Tomke
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Tomke Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
Natuurkampeerterrein minicamping Singel - Plaats Trekkerstent voor wandelaars en fietsers
Natuurkampeerterrein minicamping Singel - Plaats Trekkerstent voor wandelaars en fietsers Jubbega
Direct boekbaar
-
Heide Hulstreed
Heide Hulstreed Jubbega
-
IJsboerderij Boereiis
IJsboerderij Boereiis Akkrum
-
De grafsteen van 1624
De grafsteen van 1624
De grafsteen van 1624. Achter de kerk in Katlijk vind je een grafsteen met daarop de namen van Cornelis, Tietsje, Rienk en Bruchtje Eiles. De grafsteen is te bezoeken tijdens de openingstijden van de kerk.
Het gebeurde in het jaar 1640. Brechtje en haar vader Eyle Eiles openden de kerkdeur in Katlijk. Eyle liep doelbewust naar de oostkant van de kerk. De ochtendzon voelde nog koud aan door de ramen van de kerk. Hij legde zijn hand op de oude steen waarop in harde letters stond te lezen:Den 1624 is in den heere almachtich ontslapen die eerbare ende godtfruchtige frouwe Thiet Eiledochter en Regenerus Cornelis. Nog is hier begraven Rienk en Bruchtje Eiles
‘Is dit het dan, vader?’ vroeg Brechtje. Haar stem galmde zachtjes door de lege kerk. ‘Ja, hier liggen ze. Je grootvader Cornelis, je grootmoeder Tietsje en je oom en tante.’ Brechtje boog zich voorover en streek over de letters. ‘Ik heb ze nooit gezien.’ ‘Nee,’ zei Eyle, ‘en ik ook bijna niet.’
Brechtje vroeg: ‘Hoe is dat mogelijk? Was je vader niet bij jou thuis?’ Eyle haalde zijn schouders op. ‘Hij was een geleerd man. Hij was meer met zijn boeken bezig dan met ons. Hij was vaak in Joure en later in Franeker. Daar was hij rector.’ ‘Wat is een rector?’ vroeg Brechtje, haar ogen wijd open van nieuwsgierigheid. Eyle: ‘Een soort meester, maar dan op de Latijnse school. Hij gaf les aan mensen die zelf meester wilden worden.’ Brechtje: ‘En waarom werden ze in de kerk begraven? Dat doet toch niet iedereen?’
Eyle vertelt: ‘Nee, alleen belangrijke mensen, of degenen die ervoor betaald hebben.’
Brechtje keek naar de steen. ‘Denk je dat jij hier ook begraven wordt?’
Eule antwoordt: ‘Ik weet het niet, meisje. Het zou kunnen. Maar ik denk niet dat het meer is zoals vroeger.’ Ze zweeg even. ‘Weet moeder meer over mijn grootouders?’ Eyle praat nu zachtjes en meer in zichzelf: ‘Jouw moeder …..je moeder spreekt niet graag over mijn vader en grootvader. Ik had toen geen warm thuis. Wij praten er niet veel over.’
Brechtje keek haar vader aan. ‘Ik wil meer weten. Meer dan jij me verteld hebt.’ Eyle knikte langzaam: ‘Dan moeten we zoeken in de boeken, in het dorp. Misschien in Franeker. Jouw grootvader en mijn vader hebben daar sporen achtergelaten. Je bent al net zo nieuwsgierig als hij.’ Brechtje glimlachte. ‘Misschien wil ik ook doorleren. Ik wil meer leren dan spinnen en brood bakken.’ Eyle lachte zachtjes. ‘Dan laat ik je zien waar hij is geweest. Misschien kom je dan meer over hem te weten dan ik ooit heb gedaan.’
Ze pakte zijn hand en daar stonden ze samen, vader en dochter, bij een steen vol vragen. Katlijk