Alle locaties in Zuidoost Friesland
1105 t/m 1121 van 1121 resultaten
-
Paulus Jakje
Paulus Jakje Jubbega
-
Schans Frieschepalen
Schans Frieschepalen
Frieschepalen
-
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Sweltsje
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Sweltsje Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
Wytske Wisses en haar zoon
Wytske Wisses en haar zoon
Het is het jaartal 1686. Wytske Wisses is van plan met haar zoon Douwe naar hun pachter te lopen aan de Lijckweg in Katlijk. Ze lopen via de Kerkelaan langs het nieuwe Godshuis. Vooral Douwe wil daar wat blijven staan, omdat hij last van zijn voeten heeft gekregen.
Wytske vertelt: ‘Mijn naam is Wytske Wisses en jullie vinden mijn naam verbonden met mijn grondbezit in Katlijk samen met mijn zoon Douwe Piers. Ik ben hier niet geboren en ik woon hier ook niet. Ik neem jullie mee op mijn reis naar Katlijk met mijn zoon. Mijn zoon moet met mij onze kavels bekijken. Zijn vader zaliger was veenbaas en kocht de kavels voor hem, zodat hij van de pacht zou kunnen leven. Zijn stiefvader heeft het vaak over deze kavels, want die kunnen nog worden verveend, waardoor Douwe geld kan verdienen. Het is vrij moeilijk om in Katlijk te komen, omdat we met de praam via de vaart in De Knype en de Dorpsvaart naar Katlijk moeten varen. Het is daar namelijk nog een woestenij. Gelukkig hebben we een goede Katlijker boer die ons land bewerkt en ons pacht betaalt. Hij kan er vijf koeien en twee paarden op houden. Hij heeft net als ik stemrecht om de grietman van Schoterland en de dorpsrechter in Katlijk te kiezen. In Katlijk liggen de kavels van mijn zoon aan de oude Lijckweg. Mijn zoon is 16 jaar en zal nu moeten leren zich als een man te gedragen die zijn pachter te woord staat.’
Ondertussen lopen ze weer verder en kijken ze naar het kerkhof aan de andere kant van de heg. Wytske spoort haar zoon aan, terwijl ze vertelt: ‘Je vader ligt daar.’ Douwe vraagt dan: ‘Lijckweg, wat betekent die naam, mem; liggen daar lijken?’ Wytske: ‘Wel nee, die liggen daar niet.’ Douwe: ‘Maar waarom lopen we naar die Lijckweg? Ik hou niet van die naam, ik vind het een nare naam. Vader is immers ook dood.’ Wytske: ‘Nou ja.., je vader heeft hier niets mee te maken. Onze kavels liggen aan deze weg. Kom verman je zoon!’ Douwe: ‘Maar ik wil daar liever niet heen, kunnen we niet omlopen, mem?’ Wytske: ‘We gaan kijken bij onze kavels en jij gaat de pachter Ids Foppes vragen hoe het land en zijn familie ervoor staan. We willen het immers nog gaan vervenen en er veel turf van gaan verkopen.’
Ondertussen zijn ze aangekomen bij de tapperij op de hoek.
Douwe: ‘Kunnen we niet even bij de tapperij naar binnen, moeder; het is warm en ik heb dorst. Ik heb immers ook last van mijn voeten.’ Wytske: ‘We gaan absoluut niet naar binnen, daar schenken ze sterke drank. Ik heb genoeg gezien wat drank doet met de verveners in De Knype. Ze liggen soms meer dood dan levend naast de vaart. Jij gaat daar niet naar binnen. Wij zijn doopsgezinden en die gaan nooit een tapperij naar binnen.’ Douwe: ‘Maar moeder…’ Wytske: ‘Verman je zoon; je gaat je voorstellen aan Ids Foppes, want van hem ga je in de toekomst pacht krijgen. En ja, hij woont aan de Lijckweg.’ Douwe: ’Ik heb last van mijn tenen in die krappe schoenen, ik loop liever op mijn klompen. Kan ik niet op sokken verder, dan trek ik mijn schoenen straks wel weer aan.’ Wytske: ‘Ik waarschuw je zoon, je moet je nu gedragen als een volwassene, doorstappen en hou je schoenen aan.’
Ze zijn nu vlakbij het boerderijtje van de pachter en Douwe valt opgelucht in de berm van de Lijckweg. Hij trekt zijn schoenen en sokken uit en wrijft over zijn pijnlijke voeten. Deze houding bevalt Wytske allerminst, want zo gedraagt een eigenaar zich niet. De jongen zal nog veel moeten leren, verdorie. Hij moet nu eerst zijn schoenen weer aantrekken en zijn rug rechten.
De pachter komt al naar hen toe vanuit het land. Katlijk
-
B&B de Braam
B&B de Braam Jubbega
-
Froukje en de vreemdeling bij de winkel
Froukje en de vreemdeling bij de winkel
Het is 1822 in Katlijk bij de kruising. In het dorp Katlijk aan de rand van de grote heidevelden, waar de horizon zich eindeloos leek uit te strekken, woonde Froukje Abeles Witsma alleen - met het uitzicht op de drie paden. Froukje was meestal te vinden aan de voorkant van haar huis.
Op een late septembermiddag zat Froukje op het bankje haar handen rustend op haar schoot. Zij verwachtte vandaag geen klanten, vandaag zou er alleen stilte zijn.
Toen zag ze hem, een man die vanuit het oosten kwam. Ze keek naar hem met een lichte huivering van ongemak. Hij was geen man uit Katlijk, dat wist ze meteen. Toen hij het pad op liep, voelde ze aan dat deze man invloed had. Ze stond op van het bankje voor haar winkelhuis. ‘Goedemiddag,’ zei de man in het Fries. Froukje knikte, haar lippen in een beleefde, maar dunne glimlach. De man liet snel zijn ogen over haar en de open winkeldeur gaan. ‘Ik zoek iemand’, zei hij. ‘Zijn naam is Sible. Sible, de zoon van de molenaar.’
Sible Wytsma, haar neef. Natuurlijk kende zij hem. Er waren verhalen over Sible. Het dorp was vol stiltes en verhalen, maar die van Sible waren anders. Ze hield de blik van de man vast, haar gezicht bleef onverstoorbaar. Ze zei: ‘Er is niemand met die naam die ik ken.’ De man zei: ‘Ik heb een boodschap voor hem, het is belangrijk.’ Froukje haar gedachten waren al aan het werk. Zij kende Sibles familie. De Wytsma’s waren hier geworteld, net als de andere families. ‘Ik ken hem niet,’ zei ze, haar stem koel en afstandelijk. ‘Er is niemand in Katlijk met die naam.’
De man kwam een stap naar voren naar de vrouw. Froukje bleef staan waar ze stond. Ze had het idee dat hij probeerde in haar te kijken om te zien of ze loog. ‘Ik zou hem graag vandaag nog vinden,’ zei de man. ‘Ik heb een lange weg afgelegd.’ Froukje zei nogmaals: ‘Er is hier niemand met die naam.’ Eén moment lang bewoog geen van beiden. De man trok zich uiteindelijk terug. ‘Dan ga ik maar weer,’ zei hij. Froukje keek hem na.
De stilte keerde terug, maar was nu een andere stilte, zwaarder en vol vragen. Froukje bleef kijken en liep een paar stappen in de richting van de vreemdeling, maar keerde - met twijfel - terug. Froukje zou het voorval niet laten rusten en Sible de volgende keer, als ze hem zou zien, vertellen over de vreemdeling. Mensen in Katlijk stelden zulke vragen niet. Ze leefden met stilte, met de dingen die onuitgesproken bleven, omdat dat de enige manier was om in een plaats als deze te wonen. Katlijk
-
De heks van Katlijk
De heks van Katlijk
Het verhaal over de heks heeft meerdere bronnen en het is de vraag of ze allemaal waar zijn. Het begint met een paar kwajongens die zilver wilden stelen van oude Griet en door haar betrapt werden.
Stelen door kwajongens’ is van alle tijden, maar wat er daarna verteld wordt, is erg onwaarschijnlijk. De verteller zegt het gelezen te hebben in een geheim document in Tresoar over Katlijk. Laten we Griet zelf vragen wat er gebeurde.
Griet was als meisje naar het oude klooster van Schoten gebracht in Oudeschoot. De parochianen in de keuken hadden het meisje te eten gegeven en haar jarenlang van een slaapplaats voorzien bij het haardvuur. Ze hoorde daar dat er dagelijks missen werden opgevoerd voor het zielenheil van de overledenen en deze mysterieuze Gregoriaanse gezangen waren voor altijd in haar hoofd blijven rondzingen.
Griet vertelt: ‘Op de heide woon ik alleen, omdat het dorp mijn gezangen niet wil horen. Ik zing voor iedereen die in Katlijk is overleden en heb altaartjes gemaakt met kruiden en bloemen. Wie gaat anders voor hen zorgen? De mensen worden bij de nieuwe stenen kerk begraven, maar ik heb er geen vertrouwen in dat mensen alle dagen voor de doden de gezangen zingen.’
‘Ik leef vooral van mijn zandraapjes. Mensen weten niet hoe voedzaam ze zijn. Ik drink de melk van mijn geit. Jullie vragen me over die kwajongens die mijn zilver wilden stelen en weten niet waar ze zijn. Dat weet ik ook niet. Kijk naar de heide en het bos en jullie zien overal paden. Bij elk pad heb ik ‘tekens’ in de natuur gezet en het kan zijn dat de jongens daardoor verdwaalden. Misschien hoorden de jongens mijn gezang in de verte en lokte het hen naar de wereld van de overledenen. Maar misschien zijn ze gewoon uitgegleden in het sompige veengebied.’
Er werd in het dorp niet meer over Griet gesproken, maar de ouders van de jongens liet het niet los. Vele eeuwen later woonden de nazaten van deze families op de zandgrond in de nieuwe wijk De Akkers in Heerenveen. Laat daar nou het heidezand van Katlijk en van Griet haar betoverde tekens naar toe zijn gereden. Zo nu en dan horen deze families Gregoriaanse gezangen in hun kelders- en daar is niets aan te doen. Katlijk
-
Natuurkampeerterrein minicamping Singel
Natuurkampeerterrein minicamping Singel Jubbega
Direct boekbaar
-
Plaggenhut (voormalig)
Plaggenhut (voormalig) Jubbega
-
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Ljurk
Pean-buiten Akkrum - Waterlodge Ljurk Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
De Leijen - Bildreed - Uitkijktoren
De Leijen - Bildreed - Uitkijktoren Rottevalle
-
Friesland Charter
Friesland Charter Akkrum
Direct boekbaar
-
Sint Thomaskerk en klokkenstoel Katlijk
Sint Thomaskerk en klokkenstoel Katlijk Katlijk
-
Pean-buiten Akkrum - de Berch
Pean-buiten Akkrum - de Berch Nes (gemeente Heerenveen)
Direct boekbaar
-
Kiekenberg
Kiekenberg Oudehorne
-
Molecaten Park Het Landschap
Molecaten Park Het Landschap Wateren
-
Camping Rotandorp
Camping Rotandorp Noordwolde